Wij zijn er even niet

Venezuela

Reisverslag Venezuela: 1 - 26 juli 2008

1 juli 2008: De Meern - Maracay

Na een vroeg ontbijt in Kamerik worden we door de ouders van Rob weggebracht naar Schiphol. Even afscheid nemen (we verwachten ze eind december weer te zien in Sydney) en net na achten vliegen we met Iberia naar Madrid. Ter plekke aangekomen kunnen we lekker even een stukje lopen, want onze vlucht naar Caracas vertrekt van gate U74 en die zit op een andere terminal dan de gate waar we zijn aangemeerd met het toestel vanuit Amsterdam. We vliegen in zo'n 9 uur, weer met Iberia, naar Venezuela. Door de douane komen kost veel tijd. Het is druk bij de balies en als we aan de beurt zijn, blijkt dat we twee papieren moeten invullen, terwijl we er in het vliegtuig maar één gekregen hadden. We zijn niet de enigen... Gelukkig staat Louis, beter bekend als "Flappie", nog op ons te wachten anderhalf uur nadat we geland zijn. Luis spreekt heel aardig Nederlands, dat heeft hij geleerd van toeristen. Hij is het manusje van alles bij Posada El Limón. Hij fungeert als gids, barman, regelneef en nu dus als taxichauffeur. Twee uur later zijn we bij het hotel. Moe van het reizen regelen we nog een pizza en wat cola, wisselen bij eigenaar en Nederlander Bart wat Dollars voor Bolívares en daarna duiken we om 21.30 uur het bed van kamer 13 in. De kop is er af, de reis is begonnen.

2 juli 2008: Maracay

     

 

Het is in Venezuela 6,5 uur vroeger dan in Nederland en door de jetlag zijn we veel te vroeg wakker: 02.30 uur. Door stug de ogen dicht te houden en veel te draaien weten we het in bed te rekken tot 06.00 uur. We hebben tv op de kamer en zien dat op zo'n 10 zenders het volkslied wordt gespeeld inclusief videoclip en doventolk. Op geen van de vele zenders is iets te beleven, maar we overbruggen er wat tijd mee tot het ontbijt. Een ontbijt dat er zijn mag. Een vers sapje, broodjes met ham, kaas, roerei en jam en vers fruit: pure verwennerij! We spreken met Luis af rond 10.30 uur naar het Nationaal Park Henri Pittier te gaan. Meneer Pittier was een Zwitserse botanicus die in de eerste helft van de twintigste eeuw aan de basis heeft gestaan van de totstandkoming van het park. Eerst lopen we nog naar Avenue Caracas in El Limon om te kijken of we daar vanavond kunnen eten en we halen er wat boodschappen voor de lunch. Het is hier wel wat goedkoper dan in Nederland, maar ook weer niet heel goedkoop. Alleen benzine is hier belachelijk laag geprijsd: nog geen 2,5 Eurocent voor een liter Euro 95! En voor dat geld wordt het tanken ook nog voor je gedaan. Diesel is volgens Luis nog goedkoper en we geloven hem direct.

We rijden naar Estación Biologica Rancho Grande. Dit gebouw was ooit bedoeld een hotel te worden, maar kwam nooit af. Het is nu al ruim 60 jaar in gebruik als Park Research Station, maar het is nog steeds een vervallen bende. Zo nu en dan slapen er vogelspotters, want het wemelt in het park van de vogels. Wij lopen een rondje in de omgeving van het gebouw. Veel groen, veel zweet, maar weinig opwindend. Vervolgens lopen we buiten nog een stuk langs de weg op en neer. Goed voor de conditie, maar niet echt bijzonder. We eindigen in een klein museum met veel opgezette beesten uit het park. Wel aardig, maar ook niet meer dan dat. In de middag wat gerust en gezien dat Íngrid Betancourt vrij is gelaten. Later lopen we nog naar een restaurant waar we goed, maar voor backpackers veel te duur gegeten hebben. Het wordt ook gelijk goed duidelijk dat ons Spaans nog van onvoldoende niveau is. We begrijpen namelijk weinig van de ober, maar dat kan ook aan de ober liggen...

3 juli 2008: Maracay - Puerto Colombia

 

Vandaag onze eerste dag als echte backpackers. We douchen en ontbijten (met bruin brood, heerlijk!) nog bij Posada El Limón en nadat we afgerekend hebben, wachten we om de hoek op een lokale bus die ons naar het centrale busstation in Maracay zal brengen. Een tijd lang komen er alleen auto's en veel taxi's langs, maar als we een bus in tegengestelde richting zien rijden, gaan we er van uit dat alles goed komt. Tien minuten later stappen we als onervaren busreizigers in. Betalen moet bij de chauffeur, maar pas aan het einde van de rit. De prijs is onbekend bij ons. We weten niet of de bus ook naar de centrale terminal gaat, maar dat blijkt wel het geval. Rob geeft 2 Bolívares en krijgt er 1 terug. Brigitte geeft 5 en krijgt 1,5 terug. Logisch... Even zoeken naar perron 5 waarvandaan o.a. de bussen richting Puerto Colombia vertrekken. Na perron 3 komt 4 en dan niets meer. Maar eens aan de andere kant kijken en jawel, daar heb je Anden (perron) 5. De eerste bus die we zien blijkt degene te zijn die we zoeken. Bijna een uur later hebben 8 verkopers hun waren (van bezem tot puzzelboekje), soms met succes, proberen te slijten en vertrekken we. Alle pasagiers moeten eerst nog wel even hun naam en ID-nummer opgeven. Bij ons schrijft ze wat over van ons paspoort. De bus zit vol en de chauffeur laat swingende 80'er jaren-muziek horen via grote ingebouwde boxen die menig disk jockey zouden doen watertanden. We zullen nooit meer aan iemand die zijn mp3-spelerin de stadsbus op stand 10 heeft staan vragen het volume wat te minderen. Ruim 2 uur doen we er over om de 55 kilometer naar het havenplaatsje te overbruggen. De weg is op veel plaatsen te smal voor 2 auto's naast elkaar en voor elke onoverzichtelijke bocht (vrijwel allemaal) toetert onze chauffeur dan ook hard en langdurig. Als je er onderweg uit wilt, dan roep of klap je kort daarvoor naar de chauffeur en zijn hulpje. Na een klein half uurtje rijden stoppen we tien minuten zodat iedereen nog wat te eten en drinken kan halen. De laatste tien kilometer moeten er nog ruim 25 schoolkinderen van een jaar of 7 bijgepropt zien te worden. Kortom: een interessant ritje.

Het aantal muggenbulten begint al lekker op te lopen. Bij Rob zijn de enkels en knieholten favoriet en Brigitte is in haar geheel een lustobject voor alles wat vliegt of kruipt, maar in ieder geval prikt. Volgens de Lonely Planet is Posada "La Abuela" (De grootmoeder) simpel, maar wel netjes. We zoeken deze slaapplaats op en simpel is het juiste woord. Er is een gemeenschappelijke koude douche en een toilet, maar het is redelijk schoon, goedkoop en centraal gelegen, dus we nemen de kamer voor één nacht. Als het bevalt, boeken we morgen nog wel een nacht bij. We verkennen alvast even het strand en morgen zullen we daar zeker enkele uren verpozen. Vlakbij het strand eten we een goed gevulde vissoep. Daar kan men in Nederland een voorbeeld aan nemen! Vervolgens lezen we wat aan het haventje. Iemand uit Peru probeert nog een ring of ketting aan ons te slijten, maar helaas voor hem hebben we geen interesse. 's Avonds een goede paella met een biertje erbij en om 21 uur doen we de ogen dicht.

4 juli 2008: Puerto Colombia

     

Onze kamer heeft geen ramen, dus de muggen hebben vrij spel. Om 3.30 uur zijn we het gezoem en de jeuk zat. Tijd voor maatregelen! De 4 zichtbaar aanwezige muggen worden vakkundig vermoord met een sok en de ventilator gaat aan. Om de herrie van de ventilator te compenseren en eventueel nieuw gezoem niet te horen, doen we oordopjes in. Dat helpt goed en we slapen door tot 6 uur, zo nu en dan hardhandig onderbroken door een mango die vanuit een boom bovenop ons golfplaten dak valt. Ook overdag schrik je je zo nu en dan een ongeluk als er weer een met een flinke knal neerkomt.

Tijd voor een heerlijke koude douche. Om 7 uur lopen we buiten en bij een winkeltje scoren we brood en een soort Yoki Drink-ananas. Om 8 uur zijn we al bij het strand en, het zal niemand verbazen, het is er nog bijzonder rustig. We zijn allebei nog redelijk wit, dus we zoeken een schaduwrijke plek en vinden die tussen wat palmbomen. Ook als de zon hoger komt te staan, zitten we daar beschut. Het blijkt een ideaal strand. Mooi zand, helder water met een goede temperatuur en geen gevaarlijke stroming dichtbij de kust. Net voor het middaguur vinden we het welletjes en gaan we huiswaarts. We slaan nog wat fruit in voor de vitaminen, maar natuurlijk ook omdat het hier geweldig smaakt. Bij onze slaapplaats aangekomen blijkt het beddegoed niet verschoond. Aan de vrouw des huizes proberen we duidelijk te maken dat we graag schoon goed willen. Met wat handen- en voetenwerk begrijpen we elkaar uiteindelijk. We hadden de sleutel moeten afgeven toen we naar het strand gingen, dan had ze het wel gedaan. Nu doet ze het alsnog: muchas gracias! We douchen en doen wat was, maar plots is er geen water meer. Een uurtje later is ook dat weer opgelost. Afgelopen nacht hadden we de bovenverdieping nog voor ons alleen, inmiddels zijn de overige 3 kamers bezet met jongelui. Vermoedelijk zijn het jongens uit de omgeving die hier een gezellig weekend komen vieren. Wij nemen morgenochtend de bus terug naar Maracay en hopen dan direct door te gaan en Barquisimeto te bereiken. Die plaats ligt op 3,5 uur rijden met de bus ten westen van Maracay. Het is morgen wel een nationale feestdag in Venezuela: Onafhankelijkheidsdag. Sinds 1811 vallen ze niet meer onder Spanje. Wellicht dat dat onze reisplannen nog wat in de war gaat schoppen, maar dat zien we morgen dan wel weer.

Bij het haventje is het 's avonds gezellig druk, zowel met lokale mensen als met toeristen. De ondergaande zon zorgt er rond 18.15 uur voor dat veel mensen, wij ook, met een fototoestel in de weer zijn. De lokale mannen, meest vissers teruggekeerd van de vangst, genieten van een biertje. De Polar Light is veruit het populairste biertje. Bijna iedereen drinkt dat. Wij drinken een "gewone" Polar, uiteraard met schaarsgeklede dame op het blikje, en die bevat 4,5% alcohol. Dan moet de Polar Light wel van de categorie evenementenbier zijn. Toch eens kijken op een blikje of flesje de volgende keer. Diverse reizigers die we als "alternatief" zouden willen bestempelen, leggen een kleedje neer en proberen zaken als oorbellen, kettingen en armbanden te verkopen. Het maakt het wel levendig. We kopen een soort hotdog als diner en vervolgens nog een broodje kip. Zo vet als bagger, maar wel lekker. De slaap overmant ons al snel en we liggen weer om 21 uur op bed. Dat betekent natuurlijk weer heel vroeg wakker... We besluiten vanaf morgen 's middags een dutje te doen zodat we ons slaapmoment naar achteren kunnen schuiven.

5 juli 2008: Puerto Colombia - Barquisimeto

     

Geen nieuwe muggenbulten, maar toch bar slecht geslapen. Even voor zessen staan we op en frissen we ons op. Om 7 uur zitten we aan een gefrituurd omhulsel met kaas en één met kip. De locals eten ze met saus, dus Rob probeert dat ook maar eens. Knoflooksaus op dit tijdstip blijkt geen aanrader. De maag is gevuld, dus op naar de bus. Geen idee hoe laat die vertrekt. Borden met informatie zijn hier onbekend. We gaan gewoon zitten op de plek waar we de vorige keer uitstapten. Het eindpunt zal wel weer het beginpunt zijn. Dat blijkt een goede keuze als 3 kwartier later de bus voorrijdt nadat we diverse taxi's beleefd hebben afgeslagen. Het is niet al te druk in de bus. De muziek staat wel weer op standje 10 zodat normaal met elkaar praten niet mogelijk is. Als de chauffeur halverwege even stopt en onder de motorkap kijkt, ziet een jongetje een slang naast de bus. Wij even kijken natuurlijk, maar het is maar een kleintje, weinig spectaculair. Het 2e slangetje van deze week. Woensdag liep er een jongen met een slangetje in zijn hand het park Henri Pittier uit. Trots ging hij er bij de bewaking mee op de foto (naast het bord waarop staat dat het streng verboden is dieren of planten mee te nemen).

Na 2,5 uur zijn we weer bij de busterminal in Maracay en al snel vinden we de bus naar Barquisimeto. De grote rugzakken gaan achterin en krijgen een nummer. Wij krijgen 2 labels met dezelfde nummers. Het is net een theater waar je je jas afgeeft en een nummer mee krijgt. Voor 50 Bolívares mogen we samen mee, drie uur naar het westen over een redelijk vlakke en goede snelweg met aan weerszijden heuvels. Het is een kleine, nette touringcar met zo'n 35 plaatsen die allemaal gevuld worden en de muziek (weer 5 joekels van boxen voorin) staat op een beschaafd volume. In het gangpad naast Rob heeft een man een piepschuimen doos gezet waar regelmatig wat gejank uitkomt, vermoedelijk van een klein hondje. De doos zit dicht en er zijn twee luchtgaatjes van een centimeter. Tsja... Gelukkig is de temperatuur in de bus aangenaam omdat we flink doorrijden en alle ramen open staan. Hij zal het wel overleven. Na anderhalf uur stoppen we weer en kan iedereen wat te eten en te drinken kopen. Wij nemen een broodje warm vlees en 2 water. Om 14.45 uur arriveren we bij de busterminal. We hebben een hotelletje in het centrum op het oog. 25 minuten later staan we er binnen en ze hebben nog een kamer. Voor 18 euro per nacht hebben we een ruime kamer in Hotel del Centro met airco, tv en eigen douche en toilet. De inrichting is gedateerd, maar netjes onderhouden en schoon. We wassen wat kleding in het wasbakje en houden een siësta.

Het wordt weer snel donker zo dicht bij de evenaar. We lopen wat rond en besluiten bij een soort van Chinees te eten. Een Chinees waar je kunt kiezen uit rijst of noodles en een stuk of 8 zaken die je er bij kunt nemen. Alles ligt al klaar en echt heet is het dus niet, maar het smaakt best goed. We zoeken nog een leuke kroeg in de buurt van het hotel, maar het is uitgestorven op Avenida 20. Het is wel het centrum qua winkels en de markt, maar qua cafés en restaurants moet je ergens anders in de stad zijn. Morgen bij daglicht gaan we deze vierde stad van Venezuela (820.000 inwoners) eens goed bekijken.

6 juli 2008: Barquisimeto

   

We hebben gisteren niet of nauwelijks gemerkt dat het een nationale feestdag was. Venezuela is 197 jaar onafhankelijk, maar op straat was het een dag als alle andere. Rob staat snotterend op. Wellicht is de airco de boosdoener. Als die aanstaat, waan je je op de Noordpool. Hij heeft ook maar één stand. De knoppen waarmee je de boel kunt instellen zijn er vanaf gehaald door eerdere gasten of door de mensen van het hotel zelf. Het doucheraam staat open en kan ook niet meer dicht. Een andere hotelkamer kijkt uit op onze douche. Hopelijk houden ze de gordijnen dicht en de camera uit. Voor je het weet ben je tegenwoordig op Youtube te vinden met je douchebeurt.

Op straat is het nog rustig rond 8.00 uur. Een stukje verderop vinden we een bakker waar we een stokbrood, ham en melk kopen. Op de hotelkamer verorberen we het geheel terwijl we Hamilton in eigen land de Formule 1-race zien winnen. Tijd om op pad te gaan en o.a. wat verhaaltjes en foto's naar Nederland te sturen. Het internetcafé waar we nu zitten heeft goede computers, een snelle verbinding en is goedkoop. Ideaal dus.

We lopen wat door het centrum en komen op het Plaza Bolívar. Een aardig plein met genoeg bankjes om te zitten. Bankjes die wat ons betreft te dun bezaaid zijn in het centrum. Bij het standbeeld van Bolívar liggen ter ere van Onafhankelijkheidsdag diverse bloemenkransen. Wat je veel ziet in Venezuela is graffiti. Geen mooie tekeningen, maar teksten. Ze staan werkelijk overal. Teksten om vooral persoon X te kiezen bij de volgende burgemeestersverkiezing vind je praktisch op ieder muurtje langs de weg. Als je je huis, winkel of auto wilt verkopen, dan spuit je er gewoon "se vende" (te koop) en je telefoonnummer op. Veel auto's die je hier ziet rijden, zouden in Nederland niet door de APK komen. Ze zouden vroeger in het onderdeel "Wrak van de weg" van het programma Kieskeurig worden getoond. Het zijn veelal oude Amerikaanse sleeën met veel cilinders, want met die paar Eurocent per liter voor de brandstof hoef je niet op het verbruik te letten. Bij voorkeur gebruik je een ijzerdraadje om de achterklep dicht te houden. Of je haalt het achterraam er uit, dat stapt veel sneller in! Er is hier slechts één essentieel onderdeel aan een auto: de toeter. Als die het niet doet, kun je het wel schudden. Elke minuut moet je namelijk minimaal twee keer toeteren, anders nemen ze je niet serieus als verkeersdeelnemer. Het is niet nodig dat er gevaar dreigt, het is meer een teken van leven. Het is les 1 bij een rijschool en eigenlijk heb je niet veel meer lessen nodig. Een voldoende voor toeteren en je bent geslaagd.

Pinnen hier is ook een kunst. Banken en pinautomaten genoeg en ze werken meestal ook nog wel. Je moet alleen vliegensvlug zijn. Voor het invoeren van je pincode krijg je ongeveer twee seconden. Ben je te langzaam, zoals wij de eerste paar keer, dan stopt hij er mee en moet je opnieuw je pas invoeren. Kom je door deze eerste horde, dan vraagt hij naar de eerste twee cijfers van je paspoort. Onze Nederlandse paspoorten beginnen met letters, dus dat wordt lastig. Gelukkig hebben we in de voorbereiding ergens op internet gelezen dat het helemaal niets uitmaakt wat je hier invult. Twee willekeurige cijfers volstaan. Onze "12" slikt hij als zoete koek en we krijgen de gevraagde 500 Bolívares Fuertes, zo'n 150 Euro. Als je naar Venezuela gaat, kun je het beste Amerikaanse Dollars cash meenemen. Als je die, bijvoorbeeld bij je hotel, wisselt krijg je er rond de 3 Bolívares Fuertes voor. Officieel mag het overigens niet. Wij kregen 2,8 Bolívares voor een Dollar bij Posada El Limón in Maracay, maar dat leek ons niet het maximaal haalbare. Euro's omwisselen is hier niet te doen. De US Dollar is dé munt. Als je pint krijg je zo'n 3,3 Bolívares Fuertes voor je Euro, veel ongunstiger dus. Maar om voortdurend met enkele duizenden Dollars op zak te lopen lijkt ons ook niet prettig. Wij hebben eerst wat Dollars gebruikt en zijn toen gaan pinnen.

Na een stukje centrum-zuidoost gaan we eerst maar eens naar een tentje waar we kunnen internetten en wat teksten en foto's voor de website kunnen e-mailen naar Richard die voor ons de site steeds bijwerkt. Als lunch gebruiken we vervolgens het restant brood met ham. De ham moet een beetje snel op, want we hebben geen koelkast en het is 25 graden. Genoeg nieuwe energie om naar de busterminal te lopen. Ons idee is om morgen naar Valera te gaan en we kijken alvast waar de bus vertrekt. Als we morgen bij het bordje "Mérida" gaan staan, moet het goedkomen. Valera ligt op een uur of vier reizen van hier op de route naar Mérida, waar we in de loop van deze week willen komen. We kopen een zakje vruchtjes die we niet kennen. Ze lijken qua grootte en na het pellen wat op lychees. Ze zijn wel lekker, maar er zit nauwelijks vruchtvlees op de pit. We sabbelen er maar wat op als ware het toverballen. Je doet wel lekker lang met zo'n zakje.

Op de terugweg naar het hotel pakken we een biertje in een lokale tasca (kroeg). Tapbier heb je hier nergens, alleen flesjes en blikjes. Je krijgt er ook geen glas bij, dat scheelt weer vaat. Wij verstoren het proces als wij direct bij de serveerster betalen na ontvangst van de biertjes. Je moet namelijk een rekening krijgen van een andere dame. Deze rekening krijg je in een grote plastic beker, die je dus niet gebruikt, en pas als je weggaat betaal je je totale rekening. Weten we dat voor de volgende keer. In het hotel doen we weer even de ogen dicht. We dineren bij Pollo Sabroso ("Lekkere Kip") met een halve gebraden kip van het spit. In het hotel zien we alsnog Nadal van Federer winnen voordat de slaap weer toeslaat.

7 juli 2008: Barquisimeto - Valera

   

Na het wakker worden zappen we even op de tv. Op één van de vele Spaanstalige zenders zien we opeens de Nederlandse badmintondames in Almere verliezen van de Deense dames. We frissen ons op en scoren verderop in de straat weer wat brood, beleg en melk. De melk hebben we hard nodig om het brood mee weg te spoelen. We pakken ons rugzakken weer netjes in en lopen in een half uurtje naar de busterminal. Onderweg staan er (het is maandag 8.20 uur) flinke rijen mensen voor de ingang van alle banken. Wat valt er te halen, hoe laat gaat de bank eigenlijk open en gaat dit op andere dagen ook zo?

De bus naar Valera staat al klaar, maar we weten inmiddels dat dat niets zegt over het moment van vertrek. De bus vertrekt pas als hij helemaal vol is, zo simpel is het. Gelukkig is de bus al voor driekwart vol en een kwartier later rijden we weg. De vorige keer in Maracay werden alle passagiers één voor één, ook wij, vooraf gefilmd met een Sony handcamera. Dit keer hoeven we alleen naam en paspoortnummer in te vullen. We zijn nog niet vertrokken of een meisje van een jaar of 17 staat op en begint een soort quiz over dieren te houden. Een flink deel van de bus doet mee en wie het eerst het goede antwoord geeft, wint een snoepje. Wij zijn geen kanshebbers in dit Spaanstalige gezelschap. Ze deelt kettinkjes uit en uiteindelijk verkoopt ze er een paar. Nog in de stad stapt ze al weer uit. Zie je het al voor je in stads- of streekbus in Nederland?

Overal in Venezuela zitten jonge dames met een tafeltje, een handvol mobiele telefoons en sigaretten. De sigaretten zijn per stuk te koop en de mobieltjes kun je tegen betaling tijdelijk gebruiken. Een handige oplossing voor mensen zonder eigen telefoon. In de grote steden zitten de telefoons soms met een ketting vast aan het tafeltje om te voorkomen dat de gebruiker er mee vandoor gaat. Meestal kun je er echter vrij mee rond lopen, dat geeft de beller wat privacy.

Vier uur later stappen we uit bij de busterminal in Valera, een stad met een kleine 100.000 inwoners in de provincie Trujillo. De Lonely Planet noemt het "The gateway to the Andes". Valera zelf ligt slechts op 550 meter hoogte. Het is twintig minuten lopen (maar wel bepakt, in 31 graden en bergopwaarts) naar het centrum waar we terecht kunnen in La Posada del Guerrero. Het ziet er aardig uit en we blijven hier toch maar één nacht voordat we morgen doorreizen naar Mérida.

We verkennen het centrum. Op 200 meter van ons hotel zit een winkelcentrum. Op de 2e verdieping kunnen we internetten en we versturen weer wat teksten voor de website en een paar mailtjes. Even een blik op Teletekst en we weten dat we weinig bijzonders missen in Nederland. Op naar de Plaza Bolívar, een plein dat ze in elk dorp of stad hier hebben. We doen gelijk wat aan cultuur, want we zetten de Iglesias de San Juan Bautista (de Johannes de Doper-kerk) op de foto. Het is qua autoverkeer een prettige chaos geworden rond 16 uur. Alles staat vrijwel stil en toetert, uiteraard. We kopen 2 toiletrollen, want die zijn er niet in het hotel. Wel een televisie met veel kanalen, een kwestie van prioriteiten stellen. Bij de Banco Provincial proberen we te pinnen. We kunnen kiezen tussen Spaans en Engels en na het kiezen voor Engels wordt het toch Spaans. We proberen te ontcijferen welke keuzes we moeten maken in het Spaanse pinmenu om toch geld uit de muur te trekken, maar als je langer dan een paar seconden geen keuze maakt, stopt het apparaat er al weer mee. We proberen het wellicht vanavond nog wel even, anders komt het morgen wel in Mérida.

Als we 4 flesjes water willen kopen bij een soort van Kruidvat, wordt het leuk. De caissière weet de prijs niet, de chef ook niet en de manager ook niet. Die gaat uiteindelijk bellen naar het hoofdkantoor om na te gaan wat de prijs is. Ondertussen laten wij maar wat klanten voor gaan. Deze eerste week in Venezuela hebben wij nauwelijks toeristen gezien, behalve in Puerto Colombia. Dat zal in Mérida wel anders worden. Dat is dé toeristische uitvalsbasis in de regio. We hebben er door alle verhalen op internet hoge verwachtingen van. Hopelijk wordt het zo levendig als we verwachten en gaan we veel actieve dingen doen in de omgeving. We zijn ook van plan Spaanse les te nemen, kijken wat daar van terecht komt. Zo kochten we vanmiddag een "perro caliente" omdat we trek hadden. Het was een zacht wit broodje met een worstje, wat gesneden witte kool en nog iets wat een beetje naar chips smaakt. Een beetje Venezuelaan gooit daar dan goed veel saus overheen. Wij wilden geen saus en dat vond de verkoopster heel raar. "No salsa??". Van onze Spaanse les in Nederland konden we ons herinneren dat "perro" hond was. Het zou toch geen hondenvlees zijn (het smaakte overigens prima)? We zitten hier toch in Venezuela en niet in China? We zochten het even op in het woordenboek en toen viel het kwartje:"perro" is inderdaad hond en "caliente" betekent warm. Een perro caliente is dan natuurlijk een HOT DOG!

Volgens de Lonely Planet is er maar één restaurant dat er echt uitspringt in Valera: Baracoa tegenover de McDonald's (ja, ook hier) aan de Avenida Bolívar. We pinnen eerst succesvol bij de Corp Banca en lopen daarna de weg omhoog, op zoek naar deze McDonald's. Al snel zien we in de verte de beroemde gele M. Het blijkt toch nog een aardig stuk wandelen te zijn. Het blijkt Barakoa te heten en geen Baracoa. Foei Lonely Planet! Het eten is echter prima, zoals beloofd. Brigitte eet forel en Rob neemt twee spiezen met vlees. We hebben er Chileense rode wijn (Gato Negro) bij en die is heerlijk. We nemen nog een café maron (koffie met wat opgeklopte melk) en een café negro (gewoon een straffe bak zwarte koffie) en dan is het tijd om huiswaarts te keren. De terugweg duurt gevoelsmatig veel korter. Dat kan door de wijn komen, of door het feit dat we naar beneden lopen of een combinatie van deze twee elementen. Nog een half uurtje Seinfeld en we sluiten de ogen. Morgen gaan we op naar de bergen.

8 juli 2008: Valera - Mérida

     

Zoals gewoonlijk zijn we weer vroeg uit de veren. Om 7 uur zijn er al wel wat stalletjes open waar je wat te eten en te drinken kunt krijgen of een krant kunt kopen. Wij besluiten echter te ontbijten met de 2 limoenen en de zak wortelen die we gisteren kochten. Limoen eten direct na het tanden poetsen is geen aanrader... Om 7.45 uur zijn we bij de busterminal. We vinden als snel de bus naar Mérida en om 8.00 uur rijden we al weg. Er zijn nog enkele stoelen onbezet en toch vertrekken we. Hoe is het mogelijk? Vandaag rijden we 160 kilometer over de Carretera Transandina. We komen over de Paso del Condor, een bergpas op 4007 meter hoogte. Het is de hoogste pas voor auto's in Venezuela. Daarna dalen we naar Mérida dat op 1500 meter hoogte ligt. Het belooft een spectaculaire route te worden.

Aan het begin maken we nog niet zo snel hoogte, maar later stijgen we gestaag. Mensen in de bus trekken een trui of jas aan of zetten zelfs een muts op. Wij zijn luchtig gekleed en onze truien zitten in de rugzakken die achterin de bus liggen. Een goed leermoment, zorg voor een truitje in je dagrugzak als je de bergen in gaat met de bus. Het wordt gelukkig niet echt koud. Op ons ingenieuze Zwitserse zakmes kunnen we de hoogte en de temperatuur aflezen. Op de top is het nog altijd meer dan 20 graden in de bus. Als we de Paso del Condor gepasseerd zijn en we na drie uur rijden nog ruim 60 kilometer te gaan hebben, houden we weer de gebruikelijke stop. Bij een restaurantje eten we een soort shoarmabroodje met vlees. Vrijwel alle passagiers maken gebruik van de mogelijkheid naar het toilet te gaan en wij zijn geen uitzondering. Het blijft mooi om in de bergen te rijden als je in Nederland niets hogers gewend bent dan de Limburgse heuvels. Het berglandschap is hier duidelijk anders dan in Oostenrijk of Zwitserland. De temperatuur is hier hoger, dus de begroeiing is anders. Hier geen Alpenbloemen en Milka-koeien, maar artisjokken en cactussen. In de lager gelegen gebieden zie je wel her en der grasland met wat koeien. De buschauffeur stuurt ons behendig met één hand (de ander heeft hij nodig om te telefoneren) richting onze eindbestemming voor vandaag.

Om 13 uur zijn we bij de busterminal en de grote rugzakken komen weer achter uit de bus vandaan. Het is een flink stuk, en grotendeels omhoog, naar het hotel dat we op het oog hebben. Dit keer niet de gierige Hollander uithangen en uitgeput en bezweet aankomen. Nee, we pakken gelijk een taxi en hebben geen spijt als we zien hoe ver het toch nog is. Voor een paar Euro staan we fris voor de deur van Posada La Montaña. Het ziet er gelijk leuk uit, een soort hofje met links en rechts twee verdiepingen hoog de kamers. Een vriendelijke receptioniste helpt ook mee aan de goede sfeer. De prijs is fatsoenlijk als je ziet wat je er voor krijgt. We kunnen voor drie nachten terecht in kamer 11, maar willen eigenlijk gelijk een week boeken. Dat lukt wel, alleen zullen we dan tussentijds van kamer moeten wisselen. Dat lijkt ons geen probleem.

We lopen wat rond en komen bij Arassari Treks terecht. Ze staan goed aangeschreven met hun tours en we willen hier in Mérida diverse actieve dingen doen. We boeken de canyoning voor morgen. Om 8.30 uur worden we verwacht en dan gaan we lopen, klimmen, zwemmen en springen rondom rivieren en watervallen. Meer dan tien jaar geleden hebben we dat eens gedaan in de Noord-Spaanse Pyreneeën en dat was bijzonder leuk en avontuurlijk. Hopelijk wordt het morgen weer bijzonder. We willen in en om Mérida nog allerlei andere activiteiten ontplooien en ook nog ons Spaans verbeteren. Eens kijken hoe we dat allemaal kunnen combineren.

We pinnen maar weer eens. Ons verblijf in Mérida wordt een dure periode met alle activiteiten die we willen doen. Dat geeft niet, het is gebudgetteerd en je hebt ook wat voor je geld. Een eindje verderop zit een taalinstituut. Eens kijken wat ze te bieden hebben. De standaard blijkt 18 lesuren per week te zijn, verdeeld over vijf werkdagen. Je krijgt 's morgens twee uur les en 's middags weer twee uur m.u.v. de maandagochtend. In groepsverband is dat 100 euro p.p. Willen we samen les en niet in een groep, dan is het 125 euro p.p. We vinden het een nadeel dat dit niet te combineren is met andere actieve dingen die vaak een hele dag duren. Morgen na de canyoning maar eens kijken of we die 18 uur bijvoorbeeld kunnen verdelen over drie dagen met elke dag twee keer drie uur les. Een ander taalinstituut dat we zoeken ter vergelijking, lijkt niet meer te bestaan. Op de plek waar ze gevestigd zouden moeten zijn, is niets te zien. Als we later via hun website hun adres proberen te achterhalen, blijkt ook de website niet meer te bestaan. We gaan eerst maar eens sushi en sashimi eten. Niet typisch backpackersvoedsel, maar wel erg lekker. We compenseren het dure eten een beetje door een paar goedkope biertjes te drinken in Alfredo's Bar. Het is nog niet druk en de mannen die er zitten spelen een spelletje domino of kijken baseball, dé sport in Venezuela. Thuis lezen we nog wat en genieten we van een warme! douche.

9 juli 2008: Mérida

     

     

     

   

Om 8.30 uur moeten we ons melden voor de canyoning. De Lonely Planet geeft aan dat het door mensen omschreven wordt als "awesome, terrifying, beautiful, insane but amazing en quite possibly the maddest thing you can do without getting killed". Dat belooft wat! Het verzamelpunt ligt op een paar minuten lopen van ons hotel Posada la Montaña, dus we hoeven ons niet te haasten. Eerst naar de panadería, een soort uitgebreide bakkerij waar je ook beleg en melk kunt krijgen (en nog veel meer aanverwante en totaal niet aanverwante zaken). We regelen er de spullen voor het ontbijt. Als we dat achter de kiezen hebben, gaan we naar het tourkantoor. Er blijken nog drie Engelse meiden mee te gaan, gezellig! Het moet drie kwartier rijden zijn naar het startpunt. Dat klopt uiteindelijk heel aardig. Dertig minuten om de stad uit te komen en een kwartiertje om een stuk bergopwaarts te rijden.

Mérida is een drama qua verkeer. De ochtendspits lijkt hier in het centrum naadloos over te gaan in de avondspits. Als je het al als een file ervaart als je er anderhalf uur over doet van Utrecht naar Amsterdam, kom dan eens hier kijken. Hier kunnen de laatste paar kilometer naar het centrum evenveel tijd in beslag nemen. Dan staat het zo vast dat mensen tegen het verkeer in gaan rijden in eenrichtingsstraten, wat dan de files alleen maar weer verergert. En iedereen toetert een beetje en blijft verder heel relaxed. Heel apart.

We worden ergens op een plek afgezet waarvandaan we naar de rivier moeten lopen. Eerst alles uit, op zwemkleding na. Even insmeren met zonnebrandcrème, helm op, backpacks met o.a. wetsuits op de rug en op naar het water. Het is een klein half uurtje lopen. Onze gids deelt de wetsuits uit en we gaan op voor het echte werk. Van 10 tot 15 uur lopen, waden, springen, klauteren, abseilen, glibberen, glijden en vallen we de rivier bergafwaarts af. Het is nogal een sportief en spannend avontuur! De rivier is op de meeste plekken niet diep en dan lopen we er doorheen. De bodem is bezaaid met glibberige grote en kleine stenen en omgevallen bomen. Je kunt ook niet altijd goed zien waar de stenen liggen en hoe diep het is. Dat maakt iedere stap tot een belevenis. Waar en hoe zet ik mijn voeten neer? Waar houd ik me aan vast? Hoeveel meter lager kom ik terecht als ik hier wegglijd? Deze vragen zijn vijf uur lang de enige echt belangrijke zaken in het leven. Het is niet bepaald "a day at the office". Voor Brigitte is het nog extra lastig omdat ze met haar korte benen minder makkelijk dan de rest van de groep op of over zaken heen kan klimmen. Maar net als iedereen slaat ze zich er kranig doorheen. Op drie plekken abseilen we vanaf de bovenkant van een waterval, eerst 8, dan 14 en tot slot 35 meter diep. Abseilen is op zich al een belevenis, maar als er dan ook nog water op je en om je heen klettert, wordt het extra interessant. Tijdens het laatste deel hebben we erg veel geluk als we op een wand langs het water klauteren. Een stuk boven ons komen plotseling enkele stenen los van de berg. Met hoge snelheid komen ze op ons af. Het gaat zo snel dat je helemaal niet kunt reageren. Twee kleine stenen schampen een onderarm en een helm van de Engelse meiden. Een steen ter grootte van een kleine magnetron vliegt op ooghoogte tussen Rob en één van de Engelse meiden door. Uiteindelijk heeft niemand fysieke schade, maar we hebben geluk gehad, heel veel geluk... Een meter meer naar links en de wereldreis zou maar een paar weken hebben geduurd en Rob zou er nooit over hebben kunnen vertellen. Bergen blijven onberekenbaar!

Vermoeid, maar voldaan halen we het eindpunt waar de auto weer staat met onze spullen. We doen er anderhalf uur over om weer bij Arassari Tours te komen. Er zijn enkele straten afgesloten omdat daar wat relletjes zijn die veroorzaakt worden door jongeren op brommers. We zien in de verte een rookbom zijn werk doen en er liggen wat prullenbakken smeulend op straat. Geen idee welk motief er achter zit. Zo'n 20 motoragenten kijken er naar en doen verder niets. Bij het beginpunt wacht ons nog een uitgebreide lunch. Daar zijn wij en de Engelse dames (die net uit Colombia komen en hierna doorgaan naar Brazilië) hard aan toe. Voor 10 US Dollar kunnen we de foto's kopen die de gids vandaag geschoten heeft met zijn waterdichte camera. Vooruit dan maar. We regelen wat groente en fruit als diner voor later op de avond en doen in het wasbakje van de badkamer een uitgebreide was. Na het douchen voelen we alle schrammen, stijve spieren en andere kleine pijntjes. We kijken Larry King die Íngrid Betancourt interviewt op CNN, vullen een cryptogram deels in en relaxen wat op onze kamer. Waarschijnlijk zullen we goed slapen komende nacht.

10 juli 2008: Mérida

   

Vandaag een dagje rust en wat dingetjes regelen. De bovenbeenspieren hebben het gisteren zwaar te verduren gehad met de canyoning. Vandaag hebben we daar allebei spierpijn en dat merken we als we door de stad slenteren. Voor het ontbijt weet Rob oer-Hollandse kaas op zijn brood te krijgen: Maaslander. Lekker hoor! We gaan daarna eerst onze Spaanse lessen regelen. We willen lessen gaan volgen aan het Iowa Institute. De coördinator hoort onze plannen aan. Daar komen we prima uit. Hij laat ons een intake doen om ons instapniveau te bepalen. We merken dat er veel is weggezakt van ons Spaans sinds we begin februari onze basiscursus in Utrecht beëindigden. Het valt niet mee, maar die man redt ons gezicht door aan te geven dat het allemaal best meevalt. Vanaf maandag 14 juli volgen we 18 uur les in vier dagen. We krijgen samen een docent, dus dan kun je wel meters maken. We verwachten geen wonderen in vier dagen, maar hopen wel wat meer basis te krijgen en weer wat op te frissen wat aan kennis nog latent bij ons aanwezig is.

Vandaag moeten we switchen naar een andere kamer. Van kamer 11 verkassen we voor twee nachten naar kamer 19, op de begane grond. Geen straf, de kamer is iets ruimer, omdat er een extra eenpersoonsbed staat. Daar kunnen de rugzakken mooi op liggen.

Ons volgende doel is een plan maken voor de komende dagen. Als de spierpijn weer weg is, willen we graag wandelen in de bergen. We gaan eens praten met Guamanchi Expeditions verderop in de straat. Het ziet er professioneel uit en een vrouw neemt met ons de wensen en mogelijkheden door. Wij zijn wandelaars, geen bergbeklimmers dus het mag best pittig zijn, maar we moeten alles met de benen en zonder hulpmiddelen afkunnen. Dat kan. Het wordt een tweedaagse tocht naar Pan de Azucar. Suikerbrood? Wat verzinnen ze hier soms toch rare namen. Tot nu toe gaan alleen de gids en een Colombiaanse toerist mee. Zaterdag 12 juli vertrekken we rond 9.00 uur. Dan rijden we naar 3000 meter hoogte en daar starten we de hike. We klimmen die dag naar 3800 meter en slaan dan daar de tenten op. Zondagochtend vroeg klimmen we dan naar ruim 4000 meter, waarna we diezelfde dag weer afdalen naar het startpunt op 3000 meter. Dan rijden we weer naar Mérida. We zijn erg benieuwd! We hebben nog wat Dollars en kunnen daar mee betalen bij Guamanchi. Dat is gunstig, want we krijgen 3 Bolívares Fuertes voor een Dollar en als we hier pinnen bij een bank krijgen we de officiële koers van 3,3 Bf voor een Euro en de Euro is toch heel wat meer waard dan de Dollar. Achteraf hadden we meer cash Dollars mee moeten nemen. Dat is veel gunstiger, maar je loopt ook meer risico. Wij zouden het de volgende keer wel doen, het scheelt een hoop geld.

Als je in Mérida bent, ga dan eens 's middags een uurtje op een bankje op de Plaza Bolívar zitten en geniet van alles wat er om je heen gebeurt. Mensen lezen, kletsen, maken muziek, er gebeurt van alles. Mérida is een studentenstad, dus je vindt er veel jongeren. Het lijkt wel of je in heel Venezuela geen echt oude mensen ziet. Blijft men er hier altijd jong uit zien, of wordt niemand hier oud?

In Nederland komt het nauwelijks voor, maar hier moeten we bij het naar binnen gaan van een supermarkt ons plastic zakje met daarin twee tijdschriften afgeven. Na het afrekenen van onze boodschappen (muesli-repen en een blikje leverpastei, althans dat denken en hopen we) kunnen we ons Gamma-zakje ("je ken nie zonder de Gamma!") weer ophalen. Het zal wel nodig zijn zullen we maar denken.

We eten in het restaurant van het hotel. Rob eet een medium steak, maar hij wordt wel erg rauw geserveerd. Brigitte heeft kipfilet en het grootste deel daarvan is gelukkig wel gaar. Morgenochtend bij het eerste toiletbezoek merken we wel hoe het afloopt. Met een veel te dure fles rode wijn hopen we de meeste bacteriën gedood te hebben. In ieder geval liggen we vroeg onder de wol.

11 juli 2008: Mérida

   

De spierpijn is minder geworden, maar zeker nog niet weg na een goede nachtrust. Vandaag gaan we een ander deel van de stad bekijken, hopelijk lopen we het er daarmee uit. Na het ontbijt sturen we het verslag van gisteren en wat foto's op, zodat de site weer kan worden bijgewerkt. We zien dat ons staatslot niet de jackpot van 25 miljoen euro heeft gewonnen. Financieel gezien kunnen we dus niet onbeperkt op reis blijven, het is niet anders.

Om ruimte en gewicht in de rugzak te besparen, heeft Rob een heel klein flesje scheerolie meegenomen i.p.v. scheerschuim. Dat is geen succes. Het scheren gaat (heel eventjes) even goed als met schuim, maar dan komen er zoveel stukjes haar met olie tussen de mesjes dat er van scheren geen sprake meer is. Bij scheerschuim spoel je steeds het schuim met de haartjes weg en dan scheer je weer vrolijk verder. Scheerolie laat zich heel slecht wegspoelen en al helemaal niet met koud water en je hebt nogal vaak koud water bij je wasbakje in goedkope hotelletjes. Advies van Rob: neem lekker scheerschuim mee! We hebben nu alsnog een mooi klein busje Gilette scheergel gekocht.

We lopen eerst via de Avenida 2 en daarna via de Avenida 1 parallel aan de Rio Albarregas naar het noorden van het centrum. Bij Calle 10 willen we naar het westen de rivier oversteken. Terwijl Brigitte een foto maakt van Mérida vanaf de rivier, meldt een jongen ons dat we er verderop niet door kunnen door een "manifestación de estudiantes". Op de Avenida Las Américas zijn studentenprotesten en over die weg willen we terug zuidwaarts. Er zijn hier elke dag wel studentenprotesten (in ieder geval de afgelopen drie dagen) en die zijn mede de oorzaak van de enorme verkeerschaos in deze stad. Studenten steken midden op de weg vuilnis en autobanden in brand en laten geen verkeer meer door. Vervolgens zorgt de politie voor omleidingen en na enige tijd is de boel uitgefikt en wordt alles weer rustig. We hebben geen idee waarvoor ze strijden. De politie (type ME) staat paraat maar lijkt zich redelijk op de achtergrond te houden. Het lijkt ook een kat- en muisspel, steeds duiken de studentenrelletjes op andere plekken op. Eens kijken of we wat informatie kunnen bemachtigen over hun beweegredenen. Er smeult nog wat na, maar het blijkt inmiddels rustig op de Avenida Las Américas hoewel het verkeer er nog altijd niet door mag, op ambulances na. Probeer je het toch, dan riskeer je als automobilist een steen door je ruit.

Na al dat geloop en opwinding, kijken we of we een ijsje kunnen scoren bij Heladería Coromoto. Deze ijssalon staat in het Guinness Book of Records. Ze hebben meer dan 900 verschillende smaken, hoewel niet allemaal elke dag beschikbaar. We zijn te vroeg, het is 12 uur en ze gaan om 14.15 uur open. Later nog maar een poging wagen. Het is opvallend hoeveel schoenenwinkels er hier zijn. Hoeveel schoenen heeft een mens nodig en wanneer is de markt verzadigd? Het moet hier een paradijs zijn voor schoenenliefhebbers.

Op onze hotelkamer eten en rusten we wat voordat we wat willen gaan lezen bij de Plaza Bolívar. Op dat moment blijkt het te regenen, slechte timing! We gaan bij het hotel op een overdekte plek met uitzicht op de bergen (en veel wolken, dat wel) zitten en lezen daar wat. Het blijft maar regenen en we overbruggen wat tijd met CSI New York en werken alvast een stukje vooruit in de Spaanse readers die we hebben mee gekregen ter voorbereiding van de cursus van komende week.

Al vroeg krijgen we trek, want we hebben karig geluncht. Als we op straat zijn, op zoek naar een pizzeria die iets verderop moet zitten, breken er enkele straten verderop weer relletjes uit. Vrijwel alle winkeliers, cafés en andere zaken sluiten direct hun tent of staan daar klaar voor als het nodig blijkt. Toch wel serieus dus en het verkeer is direct weer een chaos, want iedereen mijdt het centrum om te voorkomen dat men met de auto tussen de relletjes belandt. De pizzeria die we zochten lijkt opgedoekt en we belanden bij een soort McDonald's, maar dan beter. Na afloop van ons diner is de rust iets teruggekeerd in de stad. De receptionist van het hotel legt uit dat het inderdaad studenten zijn, die rellen schoppen omdat er gisteren een student door de politie is doodgeschoten. De dagen daarvoor protesteerde men tegen de onveiligheid in de stad.

We kopen een paar flesjes bier en nuttigen die onder het lezen, buiten bij het hotel. Tijd om onze rugzakken te pakken voor de hike van komend weekend. We nemen er één mee met de spullen die we op de berg nodig hebben en één vullen we met de overige spullen die we bij het hotel achter laten.

12 juli 2008: Mérida

     

     

 

We onbijten goed, want we gaan de bergen in richting Pan de Azucar. De Colombiaan die ook mee gaat, heet Andrés. Hij werkt twee weken aan de universiteit van Mérida en gebruikt dit weekend om een hike te doen. Hij spreekt goed Engels en dat is makkelijk, want onze gids spreekt alleen Spaans. Kan Andrés mooi zo nu en dan wat vertalen. Rond 9.45 uur beginnen we op 3000 meter hoogte aan de beklimming. Ons tempo ligt lager dan die van de andere twee, maar dat geeft niet. Regelmatig wacht men ons weer op. Sommige stukken zijn vals plat, andere delen zijn behoorlijk steil, maar het pad is overal vrij goed. We blijken niet op 3800 meter, maar op 4040 meter te overnachten. Tijdens de laatste 300 meter hoogteverschil die we moeten overbruggen, merken we goed dat er weinig zuurstof in de lucht zit en dat we moe zijn van de uren die we ervoor al hebben gelopen. Het laatste uur gaat op tandvlees en wilskracht. Die kantoorlui zijn ook niks gewend! We zijn 6 uur onderweg geweest en blij dat we er zijn. Het is hier wel mooi en stil. Er lopen wat koeien rond en er kabbelt een beekje. Eerst de 2 tenten maar eens opzetten en een trui aantrekken, want op deze hoogte is het bepaald niet warm. Onze gids zet een bak thee met water uit het beekje: daar warmen we wel wat van op. Drie kwartier later zitten we aan de spaghetti met tonijn. Na alle inspanningen van vandaag, liggen we al om 19.00 uur in onze slaapzakken. Die zijn goed (Northface) dus we hebben het niet koud. Toch vallen we niet erg gemakkelijk in slaap.

Wat het met name zo zwaar maakte, waren de goed gevulde rugzakken die we mee naar boven sjouwden. Er bleek voor zeker 10 man eten in de rugzakken gestopt te zijn en we waren toch echt maar met z'n vieren. Er zat zelfs een kilo suiker en een grote pot mayonaise in de rugzakken, terwijl we die allebei nergens voor konden gebruiken: gekkenwerk! Je kunt onderweg ook niets weggooien, want er staan geen vuilnisbakken of zo. Er zit dus niets anders op dan het mee naar boven te slepen, en weer naar beneden.

13 juli 2008: Mérida

 

Ondanks dat we erg vermoeid waren, hebben we niet geweldig geslapen, vooral Rob niet. Hij lag schuin omdat de grond niet vlak was, had wat hoofdpijn van de hoogte en miste een hoofdkussen. Het is ook zo'n luxepaard hè... Maar goed, we lagen om 19 uur in bed en gingen er om 6 uur weer uit, dus van die elf uur zullen we er best zeven geslapen hebben. We hadden de avond ervoor al besloten zondagochtend niet mee te gaan naar de top, de Pan de Azucar. Die lag nog iets van 500 meter hoger dan onze kampeerplek en volgens gids Joel zou het zeker 4 uur op en neer zijn en daarna moesten we nog 5 uur afdalen naar de plek waar we weer opgehaald zouden worden. Nog 500 meter hoger de bergen in en ruim 9 uur lopen, leek ons niet verstandig gezien hoe ons voelden. We laten Andrés en de gids de berg op gaan na het ontbijt van gekookt water uit de beek met melkpoeder en cornflakes. Wij frissen en warmen ons op en breken alvast een tent op. Om 9.30 uur zijn de andere twee al weer terug. Samen hadden ze maar tweeënhalf uur nodig, ze hadden een korter, steiler pad genomen. We eten nog wat, breken de tweede tent op en pakken alle rugzakken weer in. We gaan op pad. Afdalen kost veel minder energie, maar veel meer concentratie. Je moet voortdurend opletten waar je je voeten neerzet, want voor je het weet lig je op je snufferd (hoewel je met rugzak meestal achterover valt als je wegglijdt terwijl je afdaalt). Als je lopend van de omgeving probeert te genieten en je voeten uit het oog verliest, lig je een meter lager met een natte of geschaafde kont.

Het afdalen gaat voortvarend en we gaan rap naar beneden. Het gebied is bezaaid met planten die luisteren naar de naam frailejón. Deze plant (in het Nederlands de espeletia) schijnt hier veel voor te komen tussen 3000 en 4000 meter hoogte en dat kunnen we beamen. De 4WD-auto die ons komt halen, komt pas rond 16 uur dus we hebben veel tijd om onderweg te rusten en dat doen we dan ook. Op 2/3e komen we bij een plek waar een provisorische hut staat waar onze gids een groentesoep maakt van diverse groenten die we nog altijd meesjouwen. Na dit gezonde intermezzo is het niet ver meer naar het eindpunt. We zijn daar al om 14.30 uur en om de tijd te doden en de honger te stillen eten we bij een populair tentje pastelles con trucha, pasteitjes met forel. Niet slecht! Rond 16 uur is de auto er, maar we moeten nog even geduld hebben, want er moeten nog twee toeristen en hun gids mee die een dagwandeling aan het maken zijn. Het Deense koppel arriveert een half uurtje later. Op de terugweg naar de stad regent het flink. We hebben goed weer gehad tijdens onze twee dagen in de bergen: vrij veel bewolking, maar nauwelijks een spatje regen en zo nu en dan wat zon. Snel terug naar ons hotel voor schone kleding en een warme douche. Opgefrist lopen we een stukje het centrum in op zoek naar een Chinees die we eerder hadden gezien. Het regent nog altijd dus als we een ander Chinees restaurant zien, gaan we daar naar binnen. Het is er gezellig druk, alleen niemand is er voor het avondeten. Iedereen zit biertjes te drinken, maar daar laten wij ons niet door weerhouden. We bestellen allebei een soep als voorafje, maar niet veel later vertelt de ober dat die twee soepen (champignon en asperge) niet voorhanden zijn. Geen probleem, we maken er wontonsoep en garnalenkroketten van. Die blijken 10 minuten later prima te smaken, hoewel de kroketten er uit zien als oliebollen. Onze hoofdgerechten (rijst met kipfilet en nasi) zijn ook goed. Al met al hebben we met een Polar-biertje er bij een prima diner. Grappig detail: zolang je biertjes blijft drinken, blijven alle leeggedronken flesjes op tafel staan. Als je wilt afrekenen, telt men de flesjes en krijg je te horen hoeveel je moet betalen. Op sommige tafels staan dan ook tientallen flesjes: die zitten er al even en dat is te zien! Je kunt hier nooit een anonieme alcoholist zijn...

Terug in het hotel maken we nog een praatje met een Arubaan die hier al vele jaren komt. Hij geeft aan dat de studenten een brief hebben gestuurd naar de regering. Ze willen binnen 48 uur antwoord op de schuldvraag bij de dood van de student afgelopen donderdag. Anders komen er nieuwe protesten. Hopelijk blijft het rustig de komende dagen als wij er nog zijn.

14 juli 2008: Mérida

   

Vandaag staat de eerste van 4 Spaanse lesdagen op het programma. Het IOWA-instituut zit op Calle 18, zes straten van ons hotel. We ontbijten bij een tentje vlakbij IOWA. Onze docente voor de ochtenden luistert naar de naam Morelba en we stromen in op niveau 2. Om een beetje in te schatten wie wij zijn en hoe goed (lees: slecht) ons Spaans echt is, kletsen we wat over Venezuela en Nederland. Het is wel erg handig dat de docenten hier ook Engels praten. Alles kunnen ze aan je uitleggen als je aangeeft geen idee te hebben wat ze net in het Spaans aan je hebben uitgelegd. De twee uur zijn snel voorbij en we krijgen huiswerk mee voor morgenochtend. Tussendoor bezoeken we onze vaste internetplek (goed en goedkoop), kopen we een krant en champú (shampoo, zoals we 's middags zullen leren) en genieten we van het zonnetje rondom Plaza Bolívar.

In de middagen van 14 tot 16 uur krijgen we Guillermo als docent. Het is een jonge gast, nog geen dertig schatten we. Guillermo betekent volgens hem William, dus eigenlijk hebben we gewoon les van Willem. Reis je daar zo'n eind voor?! We gaan aan de slag met onregelmatige werkwoorden en dat gaat niet onaardig. Als we een fout in het boek ontdekken (3e druk, die "o" had allang een "e" moeten zijn!), voelen we ons net echte Spanjaarden. Helaas komen op andere terreinen onze tekortkomingen van het Spaans feilloos naar boven. Hemeltjelief, wat is er veel weggezakt sinds we begin februari onze basiscursus Spaans in Utrecht beëindigden. De tijd vliegt voorbij, het is zo weer 16 uur. We willen een ijsje halen bij de zaak met de meeste smaken ter wereld, maar in dat deel van het centrum blijken studenten weer klaar te staan om rotzooi te trappen. Laten we de ellende maar niet opzoeken, een ijsje kan morgen ook nog wel. We nemen weer een milkshake met vers fruit op ons vaste adresje (aan Calle 26 tegenover de sportvelden, een aanrader!).

Vrijdag willen we met de teleférico mee, 's werelds langste en hoogste kabelbaan (die overigens op 11 augustus 2008 voor onbepaalde tijd gesloten is,  omdat deze aan het einde van zijn levensduur is). Deze begint aan het eind van de straat waar ons hotel zit en gaat over 12,5 kilometer lengte van 1577 meter in 4 etappes naar de top van de Pico Espejo op 4765 meter. Franse ingenieurs hebben hem in 1958 gebouwd, het is maar dat je het weet. We kijken wat CNN op onze hotelkamer en weten in een uurtje weer wat er speelt in Amerika. Als Amerika nu een deel van haar troepen terugtrekt uit Irak, is dat dan gunstig voor Obama of voor Mc Cain? De senior political commentators (ze hebben nooit junior bij CNN) zijn verdeeld, zoals het hoort. Als we weer een deel van de hotelkosten willen afrekenen, blijkt dat met ingang van 15 juli het hoogseizoen begint. De prijs van het hotel gaat van 115 naar 140 Bolívares Fuertes. Mooi is dat... Tijd voor pizza en wijn. We scoren om de hoek een family pizza en inderdaad, samen kunnen we hem niet op. De rest gaat in de koelkast als ontbijt voor morgen. De fles rode wijn (weer een Gato Negro net als in Valera) die we 's middags hebben aangeschaft, maken we deels soldaat bij de pizza en de rest erna op het balkon. We hebben hier geen Vacu Vin, dus de fles moet in één keer leeg :-) Tijd om weer ons bed op te zoeken.

15 juli 2008: Mérida

 

We zijn al om 6.30 uur wakker, maar treuzelen dusdanig dat we uiteindelijk nog op moeten schieten om op tijd bij de Spaanse les te zijn die om 8.00 uur begint. Gelukkig hebben we nog wat pizza over van gisteren en koud als ontbijt smaakt dat helemaal niet slecht. Eerst gaan we maar eens met de klok aan de slag. Hoe zeg je in het Spaans dat het 11.40 uur is? Na twintig minuten kennen we feilloos alle tijden van de dag. Snel nog even het werkwoord gustar meepikken. Na de pauze stappen we over op begrijpend lezen en voor je het weet is het al weer 10 uur en is de les voorbij. Dan is het tijd om als oefening een praatje te maken met een andere student. Wij krijgen Victoria uit Bulgarije voorgeschoteld. Ze heeft een tijdje in Londen gezeten (iets vaags met een hedge fund), reist al de nodige maanden rond en gaat daar ook nog even mee door. De rellende studenten hier vindt ze maar "lazy bastards" omdat ze zich in het weekend, als ze toch al vrij zijn, koest houden. Ze maken er alleen een zooitje van als ze eigenlijk les hebben.

In de pauze lunchen en internetten we wat en kopen we een nieuwe centurón (riem) voor Brigitte. De middagles Spaans staat in het teken van eten en dat spreekt ons wel aan. Guillermo leidt ons door talloze fruitsoorten, legt ons in het Spaans het verschil uit tussen raw, medium en well done, vertelt ons hoe we eieren in allerlei gebakken en gekookte vormen kunnen krijgen en uiteraard hoe we de rekening kunnen vragen en betalen, al dan niet met fooi. Als we uit eten gaan na vandaag, wordt de menukaart al een stuk duidelijker.

Op weg naar huis kopen we twee ijskoude kokosnoten waar de groenteboer de top vanaf hakt en een rietje in doet. Heerlijk fris en gezond. Volgens onze Arubaanse vriend is een scheutje jenever erin ook erg lekker. In zijn tuin groeien ook kokosnoten en we vermoeden dat hij experimenteert met sterke drank en kokosnootsap.

Vanochtend hebben we de was afgegeven bij de receptie met daarbij uitdrukkelijk de boodschap "solo lavar", alleen wassen. De meeste kleding die wij bij ons hebben is sneldrogend en dat is erg handig, maar als je dat in de droger gooit, krimpt het enorm. Hopelijk hebben de wasdames goede instructies gehad en past alles nog. Gelukkig blijkt dat het geval. Alles hangt gewassen en gecentrifugeerd aan hangers in onze hotelkamer. Voor vijf euro is alles weer schoon en fris, wat wil je nog meer. Een luxe voor globetrotters zoals wij!

Onze Arubaanse vriend staat een biertje te drinken bij de drankwinkel die tevens dienst doet als café. We komen er toch langs en drinken gezellig een paar biertjes mee. Al snel snel komt er een local bij staan die ons met allerlei rare bewegingen iets duidelijk probeert te maken. Hij lijkt nogal gek en doof, maar niet veel later blijkt hij gewoon zwaar dronken te zijn. Als hij even de deur van de kroeg vergeet vast te houden, valt hij op de grond. Hij blijft zeker een kwartier languit liggen op de stoep, niet in staat om op te staan. Dan wordt vlak voor onze neus een toerist van zijn ketting beroofd. Iemand grist de ketting van zijn nek en rent hard weg. Voor je door hebt wat er gebeurt, is de dief al 15 meter verder. Nu weten we weer waarom we alle sieraden, op een goedkoop horloge na, thuis hebben gelaten. Dit voorval zorgt er weer voor dat we alert blijven. Zoiets kan ons ook overkomen met bijvoorbeeld portemonnee of fototoestel. Hopelijk blijven we er van verschoond.

We nemen de Arubaan (die Marcello blijkt te heten en bij de Arubaanse KPN werkt) mee uit eten. Frietjes met een prima forel. Groente serveren ze er hier over het algemeen niet bij. Met ons buik vol is het al weer vroeg bedtijd.

16 juli 2008: Mérida

     

Rond 5.00 uur worden we wakker omdat er in de buurt van het hotel geschoten lijkt te worden. Het houdt tot ongeveer 6.30 uur aan. Het zou ook vuurwerk kunnen zijn, maar het meest waarschijnlijke is dat het rubber kogels zijn van de politie. Als we om 7.15 uur naar ons ontbijttentje in de buurt van onze Spaanse school lopen, is er niets meer te merken van onrust. Wat is het toch een rare plaats hier. Op de meeste momenten vreedzaam en relaxed en opeens slaat de sfeer om. Toch hebben we het hier goed naar ons zin.

Na het ontbijt (wat hebben ze hier toch geweldige koffie!) zijn de twee uur Spaanse les weer zo voorbij. We hebben vier uur de tijd voordat onze volgende twee lesuren beginnen. Op naar de teleférico, de kabelbaan. Als we een kaartje willen kopen om de berg op te gaan, blijkt het voor vandaag al vol te zitten. We kunnen wel tickets voor morgen kopen, maar we hebben donderdag zes uur Spaans i.p.v. vier dus dan kan het niet. Wellicht kan het vrijdag nog.

Vanaf rond het middaguur hoor je geregeld knallen in de stad. Het blijkt vuurwerk te zijn en het klinkt hetzelfde als de knallen van vanochtend vroeg. Dat moet dan ook vuurwerk geweest zijn, gelukkig maar. We eten churros en empanadas, internetten wat, doen alvast het huiswerk van morgen (jaja) en genieten van het zonnetje bij Plaza Bolívar. Om 14 uur zitten we weer bij Guillermo voor nog twee uur Spaans. Schriftelijk zinnen vormen lukt best aardig (met de aantekeningen erbij), maar praten gaat ons nog altijd slecht af. Kijken of dat de komende maanden verbetert, hier in Zuid-Amerika. Het is waarschijnlijk een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen.

We brengen de Spaanse readers naar het hotel en gaan een ijsje scoren bij Coromoto. Deze ijszaak staat in het Guiness Book of Records, omdat ze de meeste ijssmaken verkopen. We kiezen allebei 3 bolletjes. Rob gaat voor de volgende smaken: Pepsi cola (best lekker), rijst in kokos (niet bijzonder) en het 3e bolletje ijs is spaghetti met kaas. Dat klinkt goor en dat is het ook. Gatverdamme! Maar goed, bij zo'n zaak ga je niet alleen voor aardbei en banaan. Brigitte kiest voor de smaken champignons in wijn (had weinig smaak en was dan ook minder vies dan gedacht), bier (best aardig) en chocolade (prima). Al met al leuk om er eens geweest te zijn. Onze vaste ijssalon Roma heeft dan wel minder keuze en minder extreme smaken, maar maakt veel beter en lekkerder ijs.

We boeken een vierdaagse tour naar Los Llanos bij Guimanchi en dan wordt het tijd voor een biertje bij onze stamkroeg op de hoek. Het is feitelijk een drankwinkel en het grappige is dat je niet binnen mag drinken, alleen buiten op de stoep voor de winkel. We ontmoeten Marcello de Arubaan weer en raken aan de praat met ene Ruben uit Venezuela die hier een tiendaagse wandeltocht door de bergen komt maken. Als we hem vertellen dat we dit weekend naar Los Llanos gaan, moeten we volgens hem in het plaatsje Elorza vragen naar de Cristobal Jimenez familie. Cristobal Jimenez schijnt in Venezuela een vrij bekende zanger te zijn die uit Elorza komt, maar nu in Caracas woont. Als we dan zeggen dat we "amigos de Caracas" zijn, dan worden we warm onthaald, volgens Ruben. Wij vinden het maar een vaag verhaal, maar inmiddels zijn we toch enkele biertjes verder en het is best gezellig. Het regent inmiddels pijpenstelen, dus we staan prima daar in de drankwinkel waar je dus niet binnen mag drinken. Het wordt gedoogd omdat wij buitenlanders zijn en met dit beestenweer de politie toch niet controleert.

Bij een stalletje luisterend naar de naam Took's tegenover de drankwinkel kopen we een hamburguesa extra super. Hij kost 25 Bolívares (ruim 7 euro), maar dan heb je ook wat. We kunnen hem samen net op! Ze snijden hem voor je door midden, maar dan nog kun je hem met twee handen niet beetpakken. Dat komt niet alleen door de grootte, maar ook omdat alle ingrediënten dan tussen het brood vandaan glijden. Er zit niet alleen vlees op, maar ook gebakken ei, kaas, een plak ham, sla en diverse sauzen. Aan calorieën geen gebrek vandaag! Met ons buikje tonnetje rond rollen we ons bed in.

17 juli 2008: Mérida

 

We worden al vroeg in de nacht wakker als iemand in het hotel loopt te schreeuwen dat er een deur open moet. Het is hier een open hofje, het ziet er leuk uit, maar iedereen hoort alles. Van alle kanten hoor je "shhhhh" en "por favor", maar die man gaat alleen maar harder schreeuwen in het Spaans. Een vrouw roept "I am calling the police", maar dat maakt ook al geen indruk op de man. Hij begint zelf "policia, policia" te roepen. Het is iets van 2.00 uur en zo'n beetje het hele hotel geniet mee. Wat is dit voor een scène?? Het rumoer houdt nog even aan en dan is alles weer voorbij. Iedereen kan weer verder slapen, ook flink wat Nederlanders van een Djoser-groep die de 16e zijn gearriveerd. De volgende ochtend blijkt dat deze man (dronken?) 's nachts de verkeerde hotelkamer probeerde binnen te komen. Hij boos dat hij er niet in komt, een vrouw boos dat hij probeert binnen te komen. Misverstand, met de nadruk op het missen van verstand.

Het is vandaag de 17e en dus wordt Rob weer een jaar ouder. Ouderdom komt met gebreken en gelijk begeeft zijn riem het. Zal het van de megahamburger van gisteren komen? Nee, het zijn gewoon slechte riemen, want Brigitte had dezelfde riem en die was al na een week kapot op precies dezelfde plek. We sturen vandaag een mailtje naar De Zwerfkei, eens kijken wat ze met deze informatie doen (helemaal niets, zo blijkt later, we zijn inmiddels ex vaste klant).

Vandaag hebben we zes uur Spaanse les en dat is best veel. Eerst van 8 tot 12 en dan nog van 14 tot 16. We hebben deze week bewust allemaal onderwerpen behandeld die ons van pas kunnen komen. Veel over eten en drinken, hotelkamers, de weg vragen en kleine gesprekjes. Leuk en nuttig, maar nu moeten we er vooral mee aan de slag, want een serieus gesprek kunnen we nog niet voeren.

We beantwoorden weer wat mailtjes, ook met felicitaties, bedankt! Richard houdt onze website goed en snel bij. Daar zijn we heel blij mee, want het ziet er goed uit en iedereen is op deze manier snel op de hoogte. Elke dag kijken er enkele tientallen mensen naar de site, dus blijkbaar is er wel interesse in onze belevenissen. Het is goed om te horen dat andere mensen op een afstandje meegenieten.

Bij Guamanchi blijkt dat onze tour naar Los Llanos zaterdag wordt, wat we ook gehoopt hadden. Kunnen we vrijdag hopelijk nog met de teleférico naar boven. Tot nu toe zijn er zeven deelnemers voor de Los Llanos-tour: vier Franse dames, iemand uit Amerika en wij. Dat lijkt ons een prima groep. Dan worden we 22 juli in Barinas afgezet en gaan we daarvanuit in vier dagen naar Caracas waarvandaan we via Lima naar Quito vliegen. Gelijk de rest van de tour naar Los Llanos betalen, dan hebben we dat maar vast gedaan.

We scoren twee ijskoude kokosnoten bij de groenteboer: waarom verkopen ze dat niet in De Meern? Het is zo lekker! We relaxen wat op onze hotelkamer. Tussen de middag hebben we al warm gegeten (tip: 's middags is het veel drukker, gezelliger en als je je aan het menu van de dag houdt ook goedkoper in restaurants, ga dus vooral dán eten) dus ons diner wordt banaan, wortel en komkommer met een biertje. Aparte combinatie, niet? We lezen nog wat en zetten de wekker op 6.30, want we willen op tijd mee met de teleférico.

18 juli 2008: Mérida

     

Om 3.00 's nachts gaat de telefoon. Weer hetzelfde nummer dat ons overdag ook een paar keer probeerde te bereiken. Het is een lokaal nummer, dus we zetten de telefoon maar op stil, want niemand in Venezuela heeft ons nummer. Zolang we geen +31 voor een nummer zien staan, moet het een onbedoeld telefoontje zijn denken we maar.

We zitten om 7.15 uur bij de Panadería aan brood, melk en koffie. De kabelbaan gaat om 8.00 open dus we zijn niet de enigen die hier op dit tijdstip ontbijten. Even over half acht staan er zeker al 80 mensen in de rij en wij sluiten achteraan. Een openingstijdstip in Venezuela is in de praktijk slechts een indicatie en geen vaststaand iets. Rond 8.15 uur gaan de kassa's open. Een deel van de mensen heeft kaartjes gereserveerd en de rest, waaronder wij, wacht rustig tot ze aan de beurt zijn. Dat geeft alle toeristen uit Venezuela de kans om rustig een muts met "Mérida" aan te schaffen met bijpassende handschoenen. Als je dat niet aantrekt op de weg naar boven, dan hoor je er niet bij. Het is een populair uitje in eigen land. De kaartverkoop is behoorlijk traag. Ook hier moet je weer je paspoort tonen als je een kaartje wilt en dat kost tijd. Je naam komt ook op het kaartje te staan. De kopietjes van onze paspoorten in onze portemonnee zijn zoals altijd goed genoeg.

Na drie kwartier wachten hebben we kaartjes en niet veel later kunnen we mee omhoog. We gaan in vier stappen van steeds ruim tien minuten naar 4765 meter. Bij elke stop staan er weer enkele muzikanten een obligaat deuntje te spelen in de hoop dat ze een fooitje krijgen. Elke keer wordt het wat kouder, maar ja we stijgen dan ook ruim drie kilometer vanuit Mérida. Van het 3e naar het 4e station zien we maar weinig, we zitten midden tussen de wolken. De cabines zijn van Zwitserse makelij, dus het moet wel veilig zijn. Bij het eindstation ligt sneeuw. Waarschijnlijk hebben veel mensen uit Venezuela nog nooit echte sneeuw gezien van dichtbij. Rob maakt eerst maar eens een forse sneeuwbal en is weer even kind. Wat een lekkere plaksneeuw! Verder is er door de bewolking weinig te doen en te beleven dus een kwartiertje later dalen we maar weer af. Er lopen hier diverse mensen met een North Faith jas. En zo'n nepperd is toch een stuk minder warm dan een echte North Face. Bij station 2 eten we soep en om even over één zijn we weer beneden. De temperatuur is gelijk weer aangenaam. Al met al is op en neer met de teleférico niet echt bijzonder als je wel eens per kabelbaan een berg op bent geweest, bijvoorbeeld in Zwitserland. Je kunt beter een tour met gids boeken en dan op station 2 of 3 uitstappen en een mooie tweedaagse hike maken. De omgeving is namelijk prachtig. Maar goed, je kunt niet in Mérida geweest zijn zonder met de teleférico te gaan. Dat is zoiets als naar Parijs gaan en de Eiffeltoren overslaan.

Tijd om alvast het hotel af te rekenen, even goed op te warmen op plaza Bolívar en nog even wat tekst en foto's op te sturen voor de website. Op zijn vroegst dinsdag 22 juli kunnen we weer een update sturen. Tot die tijd zitten we in Los Llanos en hebben we geen toegang tot internet voor zover wij weten.

We belanden weer bij onze "stamkroeg", dichtbij ons hotel. Marcello is er uiteraard weer en enkele Nederlanders van de Djoser-groep. Inmiddels horen we er helemaal bij, want we krijgen na een tijdje een biertje van de zaak. Elke avond scharrelt er ook iemand rond het café met de naam Victor. Victor is een mooi mannetje. Niet in de zin van knap (hij heeft nog maar enkele tanden), maar hij is aardig en grappig. Hij wast auto's verderop in de straat. Elke keer als hij weer wat heeft verdiend, komt hij biertjes halen bij de kroeg. Als het weer tijd is om naar het hotel te gaan, nemen we nog een broodje hamburger mee naar huis. In Nederland zouden we het een megahamburger noemen, maar hier is het een standaardformaat. Als bijgerecht eten we komkommer en wortel. Marcello vindt het maar raar dat we de wortel rauw opeten. "Eet je dat zo?". We kletsen nog even over Aruba en dan zoeken we onze hotelkamer op voor onze laatste nacht in Mérida.

19 juli 2008: Mérida - Los Llanos

     

Om 8 uur moeten we verzamelen bij Guamanchi voor onze tour naar Los Llanos, dus we staan op tijd op om te douchen, onze rugzakken weer in te pakken en te ontbijten. We melden ons, zetten onze rugzakken daar neer en gaan eerst nog een grote beker vers geperste jus d'orange drinken bij de panadería. Er gaan vier Franse leraressen mee (allemaal rond de 30), een jongedame uit San Francisco (halve dertig?), onze gids Carlos en wij natuurlijk. Een nogal vrouwelijk gezelschap dus! Twee van de Françaises spreken goed Engels, de andere twee nauwelijks. Na een uurtje rijden stoppen we even om verse groente in te slaan. Weer een uurtje later kunnen we even de benen strekken bij een meertje. Het is echter nogal hoog gelegen en dus niet erg warm. Het regent ook nog, dus we hebben het er snel gezien.

Aan het begin van de middag stoppen we bij een restaurant voor de lunch. Diverse stukken koe zijn al lekker gaar geworden bij een open vuur. Als we een stukje proeven, weten we het zeker: we willen vlees, heel veel vlees. Dat krijgen we ook, zoveel we willen, geserveerd met salade en gekookte yuca, dat een beetje smaakt als aardappel. Met een cola erbij en een slappe koffie erna hebben we een uitstekende lunch. We zijn kort daarna weer uit de bergen, dus de temperatuur wordt aangenaam en zal nog wel even blijven toenemen. De verwachting voor Los Llanos is tussen de 30 en 35 graden en vochtig. Het lijkt dan ook zweetweer met muggen te gaan worden, een aanlokkelijk vooruitzicht... Op wegen die we in Nederland als een "slecht onderhouden provinciale weg" zouden betitelen rijdt Carlos steevast 130. Doorgetrokken strepen zijn er nauwelijks en als ze er zijn dan dien je die te negeren. Inhalen doe je vooral op momenten dat wij denken "ik zou het niet doen". Eerlijk is eerlijk, als er bord staat met een maximumsnelheid van 40 km/uur remt Carlos wel af... tot 115 km/uur. Toch voelt het geen moment echt onveilig aan, hij lijkt te weten wat hij doet. Er hangt ook een kruisje aan de binnenspiegel, dus veel kan ons niet gebeuren.

Carlos is een echte fan van Hugo Chavez. Hij vertelt honderduit over hoe goed het wel niet gaat met Venezuela. Van alle mensen die wij tot nu toe gesproken hebben is hij de enige. Op het dak rammelt er iets. Onze rugzakken liggen bovenop onder een zeil. Zit alles nog wel goed vast of vliegt alles straks van het dak af met 130 km/uur? Als het begint te hozen, hopen we helemaal dat alles (overdekt) blijft zitten. Halverwege de middag stoppen we noodgedwongen omdat er een boom op de weg en deels op een auto is gevallen. De auto lijkt total loss, maar gelukkig lijkt de bestuurder weinig te mankeren. Tien minuutjes later kunnen we er langs en vervolgen we onze weg. Een stukje verder tanken we nog even en slaan Andrea (de Amerikaanse) en wij een krat bier in voor de komende dagen. De Franse dames drinken niet, dat is slecht voor de lijn. Die nemen nog een brok chocolade...

De laatste 140 kilometer zie je steeds minder bomen en wordt het (nog) natter. Het lijkt hier wel de Everglades. Koeien lopen kniehoog door het water en het wemelt van de vogels. De wegen zijn nog altijd prima, maar het laatste stukje wordt de weg modderig en komen er grote kuilen. Goed dat we een 4,5 liter 4WD Toyota terreinwagen hebben. We glibberen naar onze eindbestemming: de plek waar we gaan slapen. Rob slaapt met de zes meiden in een gebouwtje met een diameter van 10 meter. Iedereen slaapt op een hangmat. Niemand van ons heeft ooit nog de nacht doorgebracht in een hangmat, dus we hopen dat we een beetje slapen. Er zijn geen ramen, maar wel horren. Dat zal de meeste muggen wel buiten houden is de verwachting.

Er staat spaghetti op het menu, basic maar wel smakelijk. 20.15 uur zijn we klaar met eten. De Françaises gaan gelijk naar de hangmatten, maar Andrea en wij gaan een potje kaarten. Het wordt "pesten", want dat is het gemakkelijkst uit te leggen. In Amerika schijnt er een vergelijkbaar kaartspel ter zijn dat Crazy Eights heet. Na een paar potjes schuift er nog een Frans koppel aan en kaarten we met zijn vijven. Met Frans, Engels en wat Spaans snappen we allemaal hoe het werkt. Twee uur later vinden wij het ook bedtijd.

In de slaapzaal kan het licht niet uit, er snort een generator en buiten staat de muziek weer behoorlijk hard. Hoe gaan we hier slapen, ook nog in een hangmat? Niet veel later heeft Rob de fitting van de lamp losgedraaid, is de muziek gestopt, de generator uitgezet en ligt een hangmat comfortabeler dan gedacht. We liggen in onze zijden lakenzak, gebruiken we die ook eens. Ze zijn heel dun, maar je hebt toch wat onder en boven je. Je hoort alleen nog wat vogels, krekels en padden. Dan moet het slapen ook wel lukken.

20 juli 2008: Los Llanos

     

 

We hebben minder slecht geslapen dan gedacht en weinig last van de muggen gehad. Om 6 uur wordt het licht en gaan we er uit. De rest blijft nog even liggen (hangen). Het is goed weer en het is prachtig zo 's morgens vroeg. We zien al veel vogels en een kleine kaaiman. Buiten douchen met veel muggen om je heen is een belevenis kunnen we uit ervaring zeggen. Na het ontbijt vertrekken we rond 8.30 uur met de 4WD naar een bootje met buitenboordmotor. Samen met wat andere mensen gaan we over het water het gebied in, op zoek naar dieren. Als je gids Carlos een vraag stelt, krijg je een antwoord van minimaal tien minuten. Als je Carlos geen vragen stelt, ratelt hij ook aan een stuk door. Het is een aardige knakker en hij weet veel, maar soms zou het lekker zijn als hij eens even vijf minuten zijn mond houdt. Onderweg komt de auto nog bijna vast te zitten, maar Rob is er van overtuigd dat er opzet in het spel is om ons "100% adventure" te geven.

Met zo'n 18 mensen aan boord inclusief twee gidsen en twee schippers, varen we het gebied in. Behalve veel vogels zien we capibara's, schildpadden, kaaimannen, leguanen en zoetwaterdolfijnen. De schildpadden liggen allemaal te zonnen op een boomstam net boven het water. Als wij dichtbij komen met de boot, springen ze in het water. De kaaimannen zijn minder angstig en die poseren gewillig voor de camera's. De dolfijnen dollen met ons. Ze zwemmen steeds dicht bij de boot, maar je weet nooit precies waar en wanneer ze weer opduiken. Ze zijn door hun onvoorspelbaarheid een ramp voor iedere fotograaf aan boord. En dan komen ze ook nog maar eens stukje boven water. Ze maken geen salto's of huizenhoge sprongen zoals in het Dolfinarium in Harderwijk. Iemand had ook een bal mee moeten nemen! Al met al toch een mooi gebied om eens geweest te zijn.

We lunchen met rijst, kip, salade en zwarte bonen, lekker hoor! Dan relaxen we allemaal even in onze hangmat. Dat komt goed uit, want het plenst toch. Om 15.00 uur staat de koude en slappe koffie weer klaar en daarna trekken we met twee terreinwagens het gebied in. We gaan proberen een anaconda te vinden (en er mee op de foto te gaan) en kijken of we piranha's kunnen vangen. Als dat lukt, eten we die vanavond op bij het diner. Gisteren is er een anaconda gezien op een bepaalde plek, maar ook na lang zoeken door lokale mannen wordt deze vandaag niet gespot. Een stukje verderop loopt wel een miereneter en die hebben we nog nooit gezien. Hij loopt alleen wel 100 meter van de weg en om er te komen moeten we door nat gebied. Je zakt steeds 10 tot 30 centimeter weg het water in, dus de schoenen en sokken houden het niet droog. Je moet er wat voor over hebben, maar het is de moeite waard. Het is een bijzonder beest en we kunnen heel dichtbij komen. Met de auto rijden we nog een uurtje verder en steeds stoppen we even als er weer beesten te zien zijn. Rob is intussen met Andrea en twee lokale jongens op het dak van de auto geklommen. Dat maakt het extra avontuurlijk en je ziet ook nog eens meer, omdat je hoger zit. Behalve sommige dieren die we 's morgens hebben gezien, zien we nog herten en arenden.

Tijd om op piranha's te gaan vissen. Iedereen die dat wil krijgt een vislijn met een flinke haak. Aan die haak doe je een stukje vlees (hamlap o.i.d.) en dan gooi je het zover mogelijk het water in. Dan haal je de lijn heel langzaam in en als je weerstand voelt, geef je een rukje om de piranha aan de haak te slaan. Dat lukt vrij goed. Het gooien van de lijn is nog het moeilijkst, omdat je geen hengel heb, alleen een klos. De piranha's bijten als gekken en we halen er met de groep meer dan 30 binnen in drie kwartier. De kleintjes die we toch niet op gaan eten, worden terug gegooid. De grotere vissen krijgen eerst een paar flinke tikken op hun hoofd om ze versuft (lees: half dood) te krijgen. Daarna wordt de haak verwijderd, krijgen ze nog een paar flinke laatste tikken voordat ze worden ontdaan van hun ingewanden en schoongespoeld met rivierwater. Klaar voor gebruik in de keuken!

We rijden in het donker terug naar onze slaapplek (onderweg is het een prachtig gezicht met duizenden vuurvliegjes) en niet veel later zitten we aan de rijst met gebakken piranha. Dat smaakt prima, hoewel er niet zo heel veel vlees aan een piranha van normaal formaat zit. De Franse dames gaan lekker naar hun hangmat en Andrea en wij kletsen nog wat en gaan in op een uitnodiging van een meisje van een jaar of 8 (zij woont daar) om een paar potjes domino te spelen. Het meisje wint potje 1, Brigitte potje 2 en dan houdt het meisje er plots mee op. Misschien moet ze naar bed? We douchen nog even snel in het donker en stappen daarna ook onze hangmat in. Rob doet dat nogal onhandig en kukelt tot tweemaal toe direct na het instappen aan de andere kant er weer uit. Dat kan toch niet van die drie (0,2 liter) flesjes bier komen? Gelukkig is drie maal scheepsrecht en kan iedereen de ogen dicht doen.

21 juli 2008: Los Llanos

     

 

We zijn al weer vroeg wakker. Het was vannacht wat kouder dan gebruikelijk, misschien heeft dat er iets mee te maken. Het ontbijt bestaat uit arepas (soort shoarmabroodjes, maar dan vetter) met kaas, ham of ei. Voor de vitamines zijn er de papaja. De Franse dames balen een beetje dat er geen baguette is, wellicht morgen weer. We gaan met zes toeristen paardrijden, één Franse jongedame blijft lekker thuis (paardenangst, problemen met haar nek). Twee Franse meiden hebben paardrijervaring, de rest niet. Als iedereen op zijn of haar paard is geïnstalleerd kunnen we gaan. De twee dames galopperen dat het een lieve lust is en de rest gaat in een sukkeltempo achter hen aan. Het is in eerste instantie niet erg spectaculair, maar de omgeving is nog altijd mooi. Met dit tempo hebben we alle tijd daar van te genieten. Elke 50 meter ligt er weer een kaaiman te zonnen. Twee honden van het kamp zijn ook mee, voor hen is het een leuk uitje. Lekker door plassen rennen, door het struikgewas struinen en ondertussen oppassen voor de paardenhoeven.

Gelukkig wordt het toch nog wat spannender. Een van de snelle meiden loopt een winkelhaak in haar Puma-broek op als er een gesp van een ander paard aan blijft hangen. Dan doet een ander paard een trap naar achteren en heeft de ander pijn aan haar scheenbeen. Een suf paard gaat opeens ook galopperen en Andrea merkt dat "I wanna stop" roepen niet helpt bij een Spaanstalige hengst. Gelukkig houdt het paard er na een paar honderd meter er mee op. Als we op de weg terug zijn, zien de wolken er dreigend uit. Niet veel later vallen de eerste spetters en al snel blijken onze quick dry broeken ook quick wet te zijn. Als Brigitte haar poncho aan doet, wordt haar suffe paard opeens wakker. Hij gaat er vandoor en Brigitte valt van haar paard. Gelukkig is ze alleen vies en mankeert ze verder niets. Achteraf blijkt ze bij de val de Azaron anti-jeukstift te zijn kwijt geraakt, maar daarvan zijn er genoeg te koop voor een paar euro. De gids wil niet dat Brigitte nog op dat paard gaat zitten. Heeft hij geen vertrouwen in Brigitte, of in het paard? De laatste kilometer wandelt ze naar huis door de regen.

In ons "huis" ontdoet iedereen zich van zijn (Rob) of haar (de rest) natte kleding en schoenen. Alle waslijnen worden opgehangen en in gebruik genomen. Tijd voor droge kleren en een klein handwasje. We relaxen wat en dan roept Carlos dat de lunch klaar staat.

De rijst met kip en salade was weer prima en we hebben vervolgens nog twee uurtjes vrijaf voordat we weer op pad gaan op zoek naar wildlife. We lezen, slapen of luisteren muziek. Het is zo weer 15 uur en tijd voor vertrek. We rijden zo'n 15 kilometer verderop het terrein op van een hato, een grote ranch waar ze op een enorm gebied vele duizenden koeien houden. Al snel spotten de helpers een anaconda van een meter of vier. Dat is voor een anaconda niet bijzonder groot. Terwijl wij proberen de anaconda op de foto proberen te krijgen voordat hij in het water verdwijnt, worden onze voeten aangevallen door mieren. Het zijn maar kleintjes, maar wat kunnen die krengen gemeen bijten! Snel weer terug naar de auto en proberen al die beestjes weg te krijgen van broek en schoenen.

In het gebied waar we doorheen rijden, zitten veel capibara's. Hele families zitten er bij elkaar en als onze auto langzaam naar ze toe rijdt, springen ze achter elkaar met een sierlijke sprong het water in en zwemmen ze een stukje weg. Nog voor het gaat schemeren wordt het tijd voor een groepsfoto en daarna rijden we weer langzaam terug. Het is nog wel anderhalf uur terug naar ons kamp. Onze helpers (een lokale man en zijn zoons) zien een kaaiman en proberen hem te vangen om hem van dichtbij te tonen en hem daarna weer vrij te laten. Deze uit de kluiten gewassen kaaiman is hen echter te slim af en laat zich niet pakken. Carlos moet alle zeilen bijzetten om de auto op het rechte pad te houden, want door alle regen zijn de wegen in het gebied spekglad en vol met diepe kuilen. Hij is het gelukkig gewend. Onderweg zien we een slang in het licht van de auto. We stoppen even en ze vangen hem zodat we hem van dichtbij kunnen bekijken bij de koplampen. Bijzonder om de huid van een slang eens te kunnen aaien. Hij is wel glad, maar duidelijk minder dan bijvoorbeeld een paling. Ze laten hem weer gaan en zigzaggend vervolgd de slag weer zijn weg.

Het is helemaal donker en in de verte staat de hemel in vuur en vlam. Elke paar seconden zie je de lucht oplichten. Je ziet geen bliksem en hoort ook geen donder. Een apart verschijnsel. Ook de enorme aantallen vuurvliegjes doen weer hun werk, prachtig! Het eten is al klaar op het kamp en dan kijken we naar ieders plannen voor morgen. De Franse dames willen via Valencia naar Ciudad Bolívar. Wij vliegen zaterdag vanuit Caracas via Lima naar Quito dus we willen in ieder geval richting Caracas. We hebben inmiddels bedacht dat we de laatste paar dagen in de buurt van Puerto Cabello willen gaan zitten. Je hebt daar in de buurt een goed strand, heetwaterbronnen en een nationaal park waar we nog een wandeling kunnen maken. Andrea, die 37 blijkt te zijn en blij is met onze eerdere leeftijdschatting van rond de 35, moet ook zaterdag in Caracas zijn om haar vader op te halen. We besluiten de komende dagen met zijn drieën in de omgeving van Puerto Cabello te verblijven. Het ligt een uurtje boven Valencia en dat is weer 2,5 uur van Caracas. Onze chauffeur, waarschijnlijk Carlos zelf weer, zal dus morgen de hele groep afzetten bij het busstation van Barinas op zo'n 3 uur rijden van ons kamp in Los Llanos. Daarvandaan gaat iedereen met de bus in een uur of zes naar Valencia. Redelijk wat reisuren dus morgen. We zien wel hoe het loopt.

22 juli 2008: Los Llanos - Valencia

   

Het blijft toch wennen zo'n hangmat, voor iemand die een bed gewend is. Het was weer een onrustige nacht met veel gedraai om een lekkere houding te vinden. Iedereen is op tijd op om te wassen en de rugzakken weer in te pakken. Na het ontbijt vertrekken we, conform planning. Tien minuten later is de planning niets meer waard. We zijn met onze auto (langzaam) van de weg gegleden en in de onderkant beland met de achterkant tegen prikkeldraad aan. Op eigen kracht komen we er niet uit. 20 minuten later schieten vader en twee zoons van het kamp ons te hulp. Er worden touwen om de wielen gedaan voor meer grip en en komen takken voor te liggen voor nog meer grip. Dat helpt en na een uur kunnen we weer verder. Ach, het is lekker weer en het is goed voor het verhaal en de foto's. We hebben nog lichte twijfel of deze slippartij in scene is gezet, maar omdat er ook lichte schade aan de achterkant van de auto is ontstaan, gaan we er maar vanuit dat dat niet het geval is.

Het eerste half uur zijn de wegen nog zeer slecht, maar daarna krijgen we weer asfalt en rijden we lekker door. Onderweg gooien we nog even 70 liter benzine (voor ruim 2 euro) in de tank en stoppen we nog om een lege krat bier terug te brengen. Carlos gaf aan dat het drie uur rijden zou zijn naar Barinas, maar door zijn slippartij en de paar stops die we maken, halen we dat bij lange na niet. Daarbij komt ook nog dat we een flink stuk om moeten rijden als we met wegwerkzaamheden worden geconfronteerd. De drie uur rijden wordt uiteindelijk zes uur en twintig minuten, ondanks het feit dat Carlos stevig doorrijdt over de asfaltwegen. Gelukkig zijn wij flexibel en we berusten in ons lot. Veel andere keuzes hebben we trouwens niet.

Vlak naast het busstation eten we bij restaurant La nueva Barinas. Hun specialiteit is gegrilde kip en dat blijft smullen. Met een volle maag gaan we op reis naar Valencia. Het is een reis van op papier zes uur en we vertrekken om 16.00 uur dus we komen redelijk laat aan in Valencia. Als we nog geen uur onderweg zijn is er een militaire controle. Dat heb je vrij veel in Venezuela. Iedereen moet de bus uit en alle bagage moet mee, ook de grote rugzakken. De linkerrij is voor de mannen, de rechter voor de vrouwen. Er wordt redelijk goed gecontroleerd bij Rob, zelfs de toilettas gaat open. Natuurlijk is er niets aan de hand en een kwartier later gaan we weer verder.

De eerste stop na vijf kwartier rijden is Guanare. Daar blijken we over te stappen op een andere, grotere en luxere bus. Er hangen zelfs tv-tjes in de bus maar al snel blijkt dat ze alleen maar muziek draaien (en niet eens hard!) en dat je op de tv kunt volgen dat ze bij nummer 9 van 16 zijn. We lezen wat en luisteren naar muziek op de iPod. Het is meer eenbaansweg dan verwacht en er is nog veel verkeer op de weg. Toch zijn we om 19.30 uur in San Carlos, de laatste beetje serieuze plaats voor we in Valencia zijn. Volgens de busbuurman van Rob is het nu nog anderhalf tot twee uur rijden. Het zou niet tegenvallen als we dat redden. Eerst zien, dan geloven... We hebben inmiddels besloten dat Valencia het eindstation voor vandaag wordt. We hebben er dan meer dan twaalf reisuren opzitten vandaag en dat vinden we meer dan genoeg. Kijken of we nog terecht kunnen in het budgethotel dat we op het oog hebben. Anderhalf uur later zijn we één kilometer verder omdat we ergens niet door kunnen door een groot gat in de weg.

Uiteindelijk zijn we rond 22.30 uur bij de busterminal in Valencia. De laatste bus naar Ciudad Bolívar is al vertrokken en dat is de bus die de Françaises wilden nemen. Ze besluiten maar om met ons mee te gaan naar een hotelletje in Valencia. We regelen twee taxi's want het is ruim vijf kilometer vanaf de busterminal. Het hotel waar we willen slapen zit al dicht. Na wat geklop doen ze wel open, maar ze hebben geen kamers meer. Bij ons eerste alternatief hetzelfde verhaal. Vanuit de taxi is wel duidelijk dat het hier 's avonds geen beste buurt is. Goed dat we hier niet lopen met al onze spullen. Dan komen we een stukje verder bij Hotel Caracas. Hoera, die heeft plek en niet eens duur. Voor 18 euro kunnen de Franse meiden met zijn vieren in een kamer. Wij nemen met Andrea zo'n zelfde kamer. Het is een zogenaamd "love hotel". Dat wil zeggen dat het met name overdag en aan het begin van de avond per uur te huur is. Daar is het ook op ingericht. Het bed is van beton, dan blijft het tenminste heel met al die koppeltjes die er dagelijks op bezig zijn. En dat hier de liefdessappen rijkelijk vloeien is wel te zien aan de talrijke vlekken op de lakens. We gebruiken onze eigen lakenzak wel. De wc-bril ontbreekt en de douche lekt niet een beetje, maar een hele straal. Je kunt niet naar het toilet zonder nat te worden van de douche. Overdag als we alle tijd zouden hebben, zouden we beleefd geweigerd hebben, maar nu zijn we blij dat we een slaapplek hebben. De douche loopt de hele nacht door en we stellen ons maar voor dat het de Angel Falls zijn die we voortdurend horen. Gauw de ogen (en oren) dicht, dan is het zo woensdag...

23 juli 2008: Valencia - Puerto Cabello

 

Echt geweldig slapen Andrea en wij niet met het douchegeluid op de achtergrond, maar we weten toch te blijven liggen tot rond 6.45 uur. We hebben weinig trek om hier te douchen en dat lijkt ook niet nodig, want we gaan naar Centro Termal Las Trincheras, warmwaterbaden. Daar hebben we erg veel zin in. Lekker relaxen na zo'n reisdag als gisteren. We nemen eerst een licht ontbijt in een Panadería waar twee oude mannetjes de zaak runnen. De koffie is niet zo goed als in Mérida, maar vergeleken met de koffie in Los Llanos is het alsof er een engeltje op je tong plast. We rekenen af bij Hotel Caracas en houden een taxi aan. Voor 50 Bf (15 euro) wil hij ons wel naar Las Trincheras brengen en dat lijkt ons een goed plan. Nu worden we ruim een half uur later voor de deur afgezet.

We kopen een kaartje en gaan met volle bepakking het terrein op. Badkleding aan en drie ligbedden zien te scoren, geen probleem. 9.15 uur dobberen we al in het hete water. De baden zijn allemaal buiten en variëren van 38 tot 48 graden. De meeste gasten zijn wat ouder en logeren in het naastgelegen hotel. Het is al gezellig druk en het is er heerlijk. Las Trincheras blijkt een echte aanrader te zijn. Het gaat er relaxed aan toe, de omgeving is mooi en de baden en de sauna zijn een weldaad voor je lichaam (en zeker voor al je muggenbulten). Voor een paar euro hebben we een heerlijke ochtend.

Helemaal schoon geweekt bestellen we 's middags een taxi die ons naar Puerto Caballo brengt. Het lijkt er op dat de jongedame achter de balie haar broer heeft opgebeld om ons weg te brengen. Dat maakt niet uit, want hij heeft een prima auto met airco. Hij zet ons af aan het einde van de boulevard. Daar zit volgens de Lonely Planet een tourist office en het is niet ver van het centrum. De tourist office blijkt echter niet meer te bestaan, waarschijnlijk niet levensvatbaar in deze stad die niet bepaald overloopt van toeristen. Een lokale man spreekt redelijk Engels en beveelt ons een restaurant aan een paar honderd meter verderop. Daar hebben we een prima verlate lunch met vissoep en paella. We overleggen nog even met de ober over onze hotelopties en hotel El Fontín lijkt ons een goede keuze.

Met volle bepakking gaan we op zoek naar dit hotel wat net buiten het centrum ligt op Calle Miranda. Het hotel blijkt nog kamers voor ons te hebben en we scoren twee tweepersoonskamers. De kamers zijn goed. Het is er ruim en schoon, er is warm water, een kleine televisie en een airco. We hangen onze vieze en deels nog vochtige kleding uit zodat het wat kan drogen. De geur die er vanaf komt is niet bepaald aangenaam. Morgen gaan we het wassen of, liever nog, laten wassen. Op naar het centrale plein voor een biertje, vers water, een fles wijn en tostones (gebakken banaan qua vorm en smaak lijkend op chips). Het is gezellig druk op en rond het plein. De route naar ons hotel is nog geen kilometer, maar het is niet bepaald een beste buurt. Vergeleken met hier is Kanaleneiland een elitewijk. Voor half negen zijn we dan ook weer bij het hotel. Met muziek uit Venezuela op de tv kletsen we nog wat op onze hotelkamer en maken we de fles wijn soldaat. Andrea heeft nog een muzikale tip: de groep My Morning Jacket. Thuis maar eens op zoek. Na een geweldig lekkere douche vallen we gemakkelijk in slaap.

24 juli 2008: Puerto Cabello

 

Lekker uitgerust gaan we op pad. Eerst maar eens een ontbijtje met de beste empanadas tot nu toe. Wat zijn ze warm en goed gevuld met kip of met vlees. Hulde! En de koffie is ook al goed. Hier zitten we morgen dus weer. We zoeken een lavandería, een plek waar je je kleding kunt laten wassen. Helaas vinden we die niet. Puerto Cabello is niet bepaald ingesteld op toeristen. Wij zijn hier de bezienswaardigheid als we over straat lopen. Andrea spreekt niet vloeiend, maar wel behoorlijk goed Spaans en dat is wel makkelijk zo nu en dan. Bij de Plaza Bolívar zijn enkele honderden marinemensen te vinden. Er liggen veel kransen bij het standbeeld van Simón Bolívar. Wat valt er te vieren? Het blijkt dat 24 juli een nationale feestdag is. Het is de geboortedag van Simón Bolívar.

We vinden een internettentje vlakbij ons hotel. Kunnen we weer wat verhalen opsturen voor de website. De uploadsnelheid is laag, veel foto's sturen lukt dan ook niet, maar iedereen is weer op de hoogte van onze belevenissen. Eerst maar eens de was doen in de badkamer in het wasbakje. Het wordt allemaal redelijk goed schoon, hopelijk is het zaterdagochtend allemaal droog. Rob zweet als een otter na het met de hand wassen in warm water. Als het dan ook al bijna 30 graden is, gaan alle poriën open en krijg je klotsende oksels.

We doen onze badkleding alvast aan onder onze gewone kleding, want we gaan naar Playa Patanemo. Dat is een mooi strand, 15 kilometer ten oosten van Puerto Cabello. De busterminal zit aan het einde van de straat waar ons hotel zit en na een klein half uurtje wachten vertrekt het busje. Normaal is het alleen in de weekenden druk bij Playa Patanemo, maar bijna iedereen is vrij vandaag dus nu is het ook op donderdag volle bak. We hebben nog geen lunch gehad en het is 14 uur dus we bestellen vis bij een strandtent. We maken de fout niet vooraf te vragen wat het kost. De vis smaakt goed en wordt geserveerd met tostones met kaas en wat salade. Het is een hele vis die qua smaak en structuur lijkt op makreel en hij is in stukken gesneden en gefrituurd. Uiteindelijk moeten we inclusief vijf flesjes frisdrank 210 Bf afrekenen. Dat is 65 euro, een enorm bedrag hier. Nou ja, we nemen ons verlies maar, lappen ieder 70 Bf en genieten van zon, zee en palmbomen. Met dit soort prijzen is het geen wonder dat iedereen zijn eigen koelbox bij zich heeft.

Rond half vijf pakken we onze spullen en we wandelen anderhalve kilometer naar de doorgaande weg waar de bus langs moet komen. Een wat oudere man die genoeg alcohol op heeft verzekert ons dat we een taxi moeten nemen of moeten gaan liften, want de bus rijdt volgens hem niet meer. Zelf blijft hij wachten... op de bus die na 40 minuten wel degelijk komt en bomvol is. Gelukkig hebben wij een staanplaats bemachtigd en na een tijdje worden we vlakbij ons hotel weer afgezet. Tijd om een biertje te drinken op het pleintje voor de drankwinkel. Helaas, het is een feestdag en alles zit dicht. We willen teruggaan naar onze hotelkamer, maar we hebben helemaal niets te drinken en het is nog geen half acht. We lopen in het donker een stukje verder door deze niet beste buurt en hopen bij de boulevard wel een tentje te vinden waar we wat kunnen drinken. Twee straten verderop is wel een bar open en het is er gezellig druk.

Als we drie biertjes bestellen doet barman Frankie gelijk al amicaal tegen zijn "amigos de Holanda". Andrea besluit dat ze vanavond ook uit Nederland komt en houdt dat de hele avond vol. Frankie vindt ons wel interessant en we krijgen pinda's, nog meer pinda's en kaas met limoensap (lekker!). Niet veel later heeft hij mot met enkele collega's en komt hij maar bij ons bier drinken. Op zijn kosten drinken we nog twee biertjes en dan is het mooi geweest. We kopen nog wat water en stappen voor de deur in een taxi. Het is maar een klein kwartiertje lopen naar het hotel, maar om 22 uur is dat niet veilig. Met al die biertjes in ons lijf, vallen we als een blok in slaap.

25 juli 2008: Puerto Cabello

 

We doen een handwasje en vereren onze vaste panadería met een bezoek voor ons ontbijt. Wat zijn hun empanadas weer vers en goed gevuld! Als we een goede basis voor de dag hebben gelegd, slaan we eten en drinken in, want we willen gaan wandelen in het nationaal park nabij het dorpje San Esteban, een klein half uurtje rijden ten zuiden van Puerto Cabello. Al snel zien we een bus met daarop "San Esteban, Centro". Dat blijkt niet de juiste bus. Dat merken als we na een kwartier rijden weer op het punt zijn waar we begonnen. Er blijkt in Puerto Cabello een wijk te zijn met dezelfde naam. We moeten de bus naar "San Esteban, Pueblo" hebben. Als die na drie kwartier nog niet langs is geweest, besluiten we een taxi aan te houden. Voor 4,5 euro brengt hij ons weg. Het is vandaag erg warm (meer dan 35 graden) dus we waren het wachten in de brandende zon onderhand wel zat. De taxichauffeur geeft aan dat er zo nu en dan berovingen zijn op de geplande wandelroute en dat we goed onze ogen open moeten houden. Dat klinkt bemoedigend...

Het begin van de hike, de Camino Real, kunnen we de route goed volgen. Echt mooi is het niet. Het is een pad met erboven wat elektriciteitsdraden en her en der staat een simpel huisje of iets wat daarvoor moet doorgaan. Na een half uur is het uitzicht niet verbeterd en komen we op een punt waar het niet duidelijk is waar de route verder gaat. We vragen het aan een oudere vrouw die daar woont. Zij geeft aan dat we rechtdoor moeten, maar dat het gevaarlijk is. We besluiten maar om terug te gaan naar het beginpunt. Dit is (nog) geen mooie hike, het voelt niet veilig en we zijn al twee keer gewaarschuwd. Genoeg reden om om te keren naar Puerto Cabello. Bij het beginpunt komt al na vijf minuten een busje naar Puerto Cabello. 300 meter verder stopt het busje er mee en hij wil niet meer starten. We gaan maar een stukje lopen en wachten op een ander busje. Die komt al na een paar minuten. Voor 30 cent p.p. komen we weer thuis. We eten Pabellón (rijst, draadjesvlees, zwarte bonen met wat strooikaas en gebakken banaan), een aanrader.

Dan even naar het cybercafé om teksten en foto's door te sturen. De uploadsnelheid is slecht, dus het duurt weer een eeuwigheid om 10 foto's te versturen. Webmaster Richard chat tegelijkertijd met ons en zet alles gelijk online. Morgen wordt een lange reis- en wachtdag die vanaf halverwege zaterdagochtend via Caracas en Lima (Peru) doorloopt tot zondag halverwege de middag in Quito, de hoofdstad van Ecuador. We proberen in Lima nog een hotel te scoren, want anders moeten we doodmoe 's nachts 13 uur  doorbrengen op het vliegveld. Dat vinden we geen prettig vooruitzicht. Eens kijken hoe e.e.a. gaat lopen en of (lees: hoeveel) vertraging we gaan oplopen.

We gaan naar het pleintje bij de drankwinkel. De lokale bevolking begint al een beetje te wennen aan ons. Blanke mensen zijn hier al niet erg gewoon en bierdrinkende vrouwen is al helemaal iets raars. En dan ook nog één blanke man die met twee blanke vrouwen een biertje zit te drinken: ongekend! Maar het is al half acht geweest, dus we kopen nog een fles rode wijn en twee flessen water en we taaien af naar het hotel voor het te onveilig wordt. Op het pleintje hebben we het net gehad over prostitutie in Nederland en dat het hier ongetwijfeld ook voor moet komen. Als we terug naar het hotel lopen zien we gelijk een jongedame lopen die haar diensten aanbiedt. Toeval bestaat niet.

Op onze hotelkamer drinken we de fles wijn op met de top 10 videoclips van Venezuela als achtergrond op de tv. Als de wijn op is, verdwijnt Andrea naar haar kamer om haar tas in te pakken. Ze vertrekt morgen rond 6.30 uur met de bus naar Caracas waar ze haar vader zal ontmoeten waarmee ze nog naar Angel Falls en Isla Margarita zal gaan. Wij volgen haar voorbeeld rond 10.30 uur. Tijd om de ogen dicht te doen.

26 juli 2008: Puerto Cabello - Caracas - Lima (Peru)

   

We staan rond 6.00 uur op om op tijd opgefrist te zijn voordat Andrea gedag komt zeggen. We "huggen" even en weg is ze. Op bed verzamelen we alvast de spullen die we weer moeten gaan inpakken. Er staat een lange reisdag voor de deur, dus we doen rustig aan. Op naar onze vaste ontbijtplek voor ons min of meer vaste ontbijt van koffie, yoghurt met aardbei, een empanada en een jus d'orange. Het belooft weer een warme dag te worden, dus we slaan ook nog maar een fles water in. Opvallend hier in Puerto Cabello zijn de hoge stoepen. Je moet bijna springen om er op te komen. Geen stad voor oude vrouwtjes.

Puerto Cabello is een stad met veel potentie. Het heeft prima stranden in de buurt, een nationaal park achter zich en het ligt aan zee. Het zou een toeristische trekpleister kunnen zijn, maar dat is het in de verste verte niet. De malecón (de boulevard) is onaantrekkelijk, de straten zijn smerig omdat iedereen alles maar op straat gooit, de meeste onderkomens zijn het begrip "huis" niet waard en als het donker is kun je niet meer veilig over straat. Zelfs overdag kun je bij vrij veel winkels alleen maar aankopen doen van achter tralies. Bij de drogist of drankwinkel geef je aan wat je wilt hebben. Dan betaal je tussen de tralies door en krijg je je spullen ook weer tussen de tralies door. Ook alle, maar dan ook echt alle huizen en bedrijven hebben tralies voor alle ramen en deuren. Als je een tuin of binnenplaats hebt, dan zet je op de muren stukken glas in het cement of je zet er schrikdraad op als je meer geld hebt. Het is blijkbaar nodig om indringers buiten de deur te houden. Jammer, want nu kunnen we Puerto Cabello niet aanraden. Het is dan ook niet gek dat de plaatselijke VVV niet meer bestaat. Als toerist kun je beter je heil ergens anders zoeken. Er zijn zoveel mooiere plekken in dit land. Toch is het goed dat we hier geweest zijn, want dit is óók Venezuela. Het geeft je een completer beeld van het land en we hebben ons hier goed vermaakt die paar dagen. Nu hebben we echter zin in een omgeving die meer relaxed is. We hebben zin in Ecuador!

De busreis verloopt uiterst voorspoedig. In Puerto Cabello vertrekt de bus een paar minuten nadat wij er in gaan zitten. Een uurtje later zijn we in Valencia en niet veel later zijn we in de volgende bus onderweg naar Caracas. De buschauffeurs geven hier stevig gas en razen over de wegen. Ze rijden harder dan de meeste auto's. In Caracas komen we tweeënhalf uur later aan op busterminal La Bandera. In de Lonely Planet staat niets over bussen daarvandaan naar het vliegveld dat zo'n 25 kilometer ten noordwesten van de busterminal ligt. We zien ook geen bussen met die bestemming en als we het aan iemand vragen verwijst hij ons naar de taxi's en jawel, hij weet er wel een voor ons. Dan worden we altijd een beetje extra voorzichtig, maar dat blijkt dit keer ten onrechte. Deze jongeman brengt ons keurig netjes en tegen een fatsoenlijk tarief naar de internationale terminal van vliegveld "Simón Bolívar". Alles loopt dusdanig gladjes dat we nog bijna vijf uur hebben voor ons vliegtuig vertrekt.

We willen ergens doorlopen, maar als we onze tickets tonen, geeft de jongedame aan dat we eerst de airport tax van 115 Bolívares p.p. moeten voldoen een stukje verderop. We hebben onvoldoende Bolívares, dus we pinnen nog wat bij. De dames van de airport tax geven aan dat we eerst moeten inchecken en dan terug moeten komen. Op naar de incheckbalies van LAN Peru. Als we aan de beurt zijn, geeft de dienstdoende vrouw aan dat onze grote rugzakken doorvliegen via Lima naar Quito. Daar hadden we niet op gerekend, want we gaan een nacht slapen in Lima voor we morgenmiddag weer van Lima naar Quito in Ecuador vliegen. Is het dan wel handig dat we in Lima onze rugzakken niet krijgen? Eerst denken we van niet en de dame haalt de stickers van onze rugzakken. Bij nader inzien lijkt het ons echter een goed plan. Er zit niets in wat we persé voor Quito nodig hebben en nu hoeven we in Lima niet op de rugzakken te wachten en ze niet naar het hotel mee te slepen. En we krijgen ook al de boarding passes voor de vlucht van Lima naar Quito dus we hoeven pas laat en met alleen handbagage te verschijnen op Lima airport. De mevrouw hoort ons herziene besluit aan en draait opnieuw de stickers uit die ze net had weggegooid. Vervolgens geeft ze aan dat de airport tax al in de ticketprijs zit (die we al betaald hebben). Dat is een fikse meevaller van 70 euro.

Wat doen we met het geld uit Venezuela dat we nu nog hebben? Uitgeven natuurlijk! We gaan eerst maar eens lekker sushi eten, we regelen nog wat flesjes water, pinda's, chips, kauwgom, een lekkere crème en een goede fles wijn. Als we ook nog wat internetten (de beste uploadsnelheid die we tot nu toe in Venezuela gehad hebben dus nog snel even wat foto's doorgezet voor de website), is het geld echt op.

Het vliegtuig is op tijd gearriveerd en het boarden gaat soepel dus we vertrekken op tijd naar Lima. Als we nog stilstaan op het vliegveld valt er op diverse plekken een druppel water van de bagagevakken naar beneden. Vermoedelijk afkomstig van de airconditioning. Als we naar de startbaan taxiën worden die druppels kleine regenbuien en dit houdt tot grote hilariteit aan tot na het opstijgen. Het is, voor de mensen die droog zitten (waaronder wij), een erg grappig gezicht. Mensen zitten minutenlang met dekens boven hun hoofd om een beetje droog te blijven. Daarna houdt het gelukkig op. We verwachten een uitgebreid excuus voor de getroffenen, maar er volgt geen enkele vorm van sorry. Onbegrijpelijk, maar iedereen in het vliegtuig gaat maar weer over tot de orde van de dag. De vlucht zelf vertrekt op tijd en verloopt op de regendruppels na probleemloos.

Rond 23 uur zijn we in Lima. Ondanks de forse rijen gaat het passeren van de douane vrij vlot. We pinnen wat geld en regelen een taxi naar het door ons gereserveerde Hotel Roosevelt in de wijk San Isidro. Zoals verwacht op basis van recensies en prijs (111 US Dollar inclusief ontbijt) is dit een uitstekend hotel. Niet bepaald een type hotel dat we ons al te vaak kunnen veroorloven gezien ons reisbudget, maar voor nu wel erg lekker. We drinken na het inchecken nog even een drankje beneden en gaan dan slapen in ons gigantisch brede bed. Het is zeker 2.20 meter breed. Je kunt er met drie personen comfortabel in slapen en als je er zoals wij samen in ligt, verdwaal je bijna. En wat een geweldige matrassen en kussens! Als we ooit nog eens naar Lima moeten, dan weten we wel welk hotel het wordt. Voor nu: snel de ogen dicht, want het is inmiddels 01.00 uur.

Vanuit Venezuela gingen wij (via een tussenstop in Lima, Peru) naar Ecuador.

Ideeën voor Venezuela

e-mail: info (at) wijzijnerevenniet.nl HomeReisverslagenLinksTop en FlopTipsContactLeidsche Rijn